Copyright

Copyright P.Kats. Zonder mijn toestemming mogen mijn verhalen niet gekopieerd worden en/of gepubliceerd worden. Linken mag uiteraard wel.

vrijdag 25 maart 2016

Ambulanceheks

Bij een dreigende sfeer of uit voorzorg wordt de politie er door de ambulancedienst bijgehaald voor bescherming. Ze zijn immers niet gewapend, alhoewel ze wel ‘gifspuiten’ bij zich hebben. Maar ook met de politie erbij gebeuren er soms onverwachte dingen.

 




We krijgen een melding van een schreeuwende vrouw die mogelijk zichzelf iets aan dreigt te doen. De buurvrouw is de meldster en vertelt dat Annie al langere tijd behoorlijk verward is. Ze is bang dat Annie straks de boel in de fik steekt. Gezien het een portiekwoning betreft en het nog houten vloeren zijn vertelt de buurvrouw liever niet ‘gegrilld’ te worden. Als we bij de woning komen en aanbellen doet  Annie open en mogen we naar binnen komen. Het is erg donker in huis, alles zit potdicht en overal branden kaarsen. Het hele huis is in een soort ‘demonische’ sfeer ingericht en als ik probeer het grote licht aan te doen, lukt dit niet.
Ik zie in de keuken diverse lege strips van pillen liggen en vraag aan haar of ze deze pillen ingenomen heeft. Ze ontkent dit en zegt helemaal niet van plan te zijn om zelfmoord te plegen. Wat volgt is een scheldkannonade gericht aan alle overheidsdienaars, hulpverleningsinstanties, vliegtuigmaatschappijen en nog een heel scala aan bedrijven, die allemaal in het ‘complot’ zitten.
Ook blijkt ze nog eens de nodige alcohol genuttigd te hebben, wat ons doet besluiten om de ambulance erbij te halen.

Als de ambulance arriveert en de ambulanceverpleegkundige zich aan Annie voorstelt en een hand wil geven slaat deze haar uitgestoken hand weg. Met woeste ogen kijkt ze de ambulanceverpleegkundige aan en schreeuwt : “Ga weg, ambulanceheks, jij komt met je gifspuit en gaat mij doodmaken hè!”. Bliksemsnel springt ze op, pakt een bloempot en smijt deze in de richting van de ambulanceverpleegkundige. Door de krappe ruimte en het feit dat wij in de weg staan, vlucht deze de naastgelegen kamer in, althans dat denkt ze. Het is een soort inloopkast met een kledingrek vol met kleding en daarboven ligplanken ook met kleding. Het gevolg is dat het hele zooitje in elkaar stort en ze bedolven wordt onder de kleding.

Mijn collega en ik storten ons op Annie, geholpen door de ambulancechauffeur die haar benen vasthoudt. We weten haar te boeien en met ons drieën onder controle te brengen.
We kijken elkaar aan en beginnen keihard te lachen als de stapel kleding omhoog komt met daaronder de ambulanceverpleegkundige. Haar kapsel zit helemaal in de war en haar gezicht staat op onweer. Het gieren van het lachen van ons erbij doet daar zeker geen goed aan.
Intussen schreeuwt Annie moord en brand en denkt dat we haar uitlachen.
In plaats van in de ambulance gaat Annie bij ons op haar buik liggend in de bus naar het bureau voor beoordeling door de politiearts.

Annie wordt in een arrestantenverblijf geplaatst, waar ze met veel kabaal tegen de ruiten staat te timmeren. Als ik probeer haar te kalmeren komt Margaret van de recherche, een gehaaide tante met grote bruine felle ogen, langslopen. Ze weet helemaal niets van de zaak af, maar ergert zich aan het gedrag van Annie. Ze gaat voor het arrestantenverblijf staan, kijkt Annie aan en zegt op z’n Rotterdams: “Doe jij eens effe normaal, ga jij es effe heel gauw zitten!”.
Tot mijn verbazing kruipt Annie in een hoekje. Ze steekt een bevende hand uit met gestrekte wijsvinger, wijst naar Margaret  en zegt met een piepstem: “Weg jij, jij bent een echte heks, ik zal niks meer doen”.

Ze is gelijk muisstil. Als we weglopen kijkt Margaret mij met haar grote bruine ogen aan en zegt : “Zie je nou wel Piet dat ik een heks ben?”.
Het bleef daarna echt stil in het arrestantenverblijf.
Ondanks de humor blijft het natuurlijk triest voor Annie. Ze is overgebracht naar een psychiatrische instelling en wordt daar behandeld.


Voor Margaret hebben we later een toepasselijk hoofddeksel gekocht!


Volgende blog 18/04

maandag 7 maart 2016

Doodmoe

Waar zouden we zijn zonder vrijwilligers? Mensen die zich dagelijks inzetten voor de maatschappij. Ik neem er mijn pet (helm) voor af. Als politieagent heb ik diverse keren ervaren dat het dankbaar werk is. Gelukkig mogen we, met gebruikmaking van vier politiemotoren, vandaag in vrije tijd een escorte te doen voor een doodziek kind.


Via de stichting Doe Een Wens komt het verzoek om een kereltje van 8 jaar oud, ernstig ziek en nog maar kort te leven, een geweldige dag te bezorgen. Zijn wens? Met een limousine, geëscorteerd door politiemotoren diverse locaties in de stad bezoeken en een rit met een ambulance met ‘toeters en bellen’. Het is echter niet zomaar toegestaan om voor ‘plezier’ iemand door de stad te escorteren, zeker niet met optische en geluidssignalen. Echter moeten we als politie en ambulance geoefend blijven in het rijden met deze signalen.  Escorteren van een ambulance behoort ook tot de werkzaamheden van de politie, wat in vaktermen verkeerstechnisch begeleiden (VTB) heet. Dus wordt deze rit verzorgd door een (gecertificeerde) docent rijopleiding van de Politie, eveneens in vrije tijd.

We ontmoeten Daan bij het Sophia kinderziekenhuis in Rotterdam. In een rolstoel gezeten met daarom heen de nodige apparatuur en een slangetje in zijn neus krijg ik van hem een slap handje. Zijn ogen stralen daarentegen vol vuur. Hij heeft hier enorm naar uitgekeken.

Even later komt een grote limousine aangereden, waar Daan met de nodige voorzichtigheid wordt ingedragen alsmede de apparatuur en een verpleegkundige die naast hem gaat zitten om te zorgen dat de apparatuur blijft functioneren.
Als een prins zit hij op de grote lederen bank in de limousine en kan het transport aanvangen. Begeleidt door vier motoren wordt de limousine door de stad begeleid. Jammer genoeg zitten er donkere ramen in, want ik zou graag even hierdoor naar binnen willen kijken tijdens het rijden. Het raam mag, ondanks dat het stralend weer is, helaas niet open vanwege de broze gezondheid van het knulletje.

Daan krijgt een VIP-rondleiding bij de diergaarde Blijdorp, bezoekt sportpaleis Ahoy waar hij het podium wordt opgereden bij een show en daar een daverend applaus krijgt van het publiek. Nu is het zo dat Daan altijd achter in de ambulance gezeten heeft, dikwijls met ‘toeters en bellen’ liggend op de brancard. Zijn wens is om vandaag eens voorin de ambulance te zitten, naast de chauffeur en met eigen ogen te zien hoe een ambulance zich soms door het verkeer heen moet wringen met de herrie van de sirene. Uiteraard met gepaste snelheid tonen we hem een mooi staaltje begeleidingkunst vanaf de Diergaarde naar vliegveld Zestienhoven.

Dan is Daan moe, doodmoe. Het wordt tijd om weer terug te gaan naar het Sophia. Zijn oogjes glimmen nog, maar zijn lichaam kan het niet meer aan. We nemen afscheid. Voorgoed...


Mooi om te zien hoe zoveel enthousiaste hulpverleners/vrijwilligers zich ingezet hebben deze dag.
www.makeawishnederland.org en de vrijwilligers van www.ambulancewens.nl

Volgende blog 28/3


 

maandag 15 februari 2016

Besmet

Acuut ingrijpen kan je soms niet voorkomen. Plotseling geconfronteerd worden met een slagaderlijke bloeding dwingt je tot handelen. Met alle gevolgen van dien.

Tijdens onze surveillance zien we een hevig zwaaiende man op ons af komen lopen. We zien dat hij helemaal onder het bloed zit. Het bloed gutst uit zijn hals. Hij blijkt in zijn nek gestoken te zijn en smeekt ons om hulp. In een oogwenk pak ik zijn hals beet en druk de wond dicht. Mijn handen komen hierbij helemaal onder het bloed te zitten. Mijn collega vraagt de meldkamer met spoed om een ambulance.



Intussen vuur ik vragen af op het slachtoffer, zoals waar het gebeurd is en door wie er gestoken is. Het liefst zou ik deze informatie uit hem willen trekken, maar ik kijk alleen naar twee grote ogen waar doodsangst in te lezen valt. Ik zie dat zijn ogen wegdraaien en de man raakt in een shocktoestand. We hebben helaas niet de essentiële informatie die we zo graag gehoord hadden, maar ik besef op dat moment zelf ook niet in welke situatie ik verkeer.

Het slachtoffer, geïdentificeerd middels zijn legitimatiebewijs en een politiefoto, wordt met de ambulance vervoerd naar het ziekenhuis. Wij gaan even terug naar het bureau. Op het bureau gekomen zie ik zorgelijke blikken bij mijn collega’s. Ze gaan vragen stellen of ik wondjes aan mijn handen heb. Die heb ik inderdaad, want ik ben die week aardig aan het klussen geweest en heb daarbij een aantal wondjes en krassen opgelopen. Ik reageer eigenlijk geïrriteerd omdat ik vind dat de collega’s raar reageren. Wat willen of bedoelen ze nou eigenlijk, vraag ik mezelf af.

Dan komt de aap uit de mouw. Door de hectiek en het plotseling geconfronteerd worden met het slachtoffer, heb ik geen handschoenen aangedaan. Ik heb onmiddellijk eerste hulp verleend. Het slachtoffer blijkt, volgens de politiesystemen, HIV-besmet te zijn. De politiearts komt naar het bureau en adviseert me om naar het ziekenhuis te gaan. Daar blijkt dat er een serieuze kans is op besmetting, gezien de open wondjes aan mijn handen.

Een nare periode breekt aan, waarvan ik de details maar zal weglaten. Ik moet in ieder geval zelf maatregelen nemen, die een grote impact hebben op mij en mijn directe omgeving. De komende maanden leef ik in grote onzekerheid.

Na deze slopende periode krijg ik eindelijk de finaletest en daaruit blijkt dat ik geen drager ben van het virus. Je kunt je voorstellen hoe ik me voelde bij het horen van dit goede nieuws.

Sindsdien heb ik elke dag handschoenen bij me en zijn wondjes goed afgeplakt.
Het slachtoffer overleefde de steekpartij helaas niet. De dader is later gelukkig wel gepakt.

(Volgende blog 7/3)

maandag 25 januari 2016

Heisa om een telefoon


De politiehelikopter ziet een auto rijden die met hoge snelheid over de snelweg raast. Kan de bestuurder niet links inhalen, dan haalt hij wel rechts in. De tactical flight officer Jan in de politieheli verzoekt assistentie aan de meldkamer om de bestuurder van de auto staande te houden. 







Ik ben op de motor redelijk in de buurt en rijd naar de locatie toe, waar de bestuurder zich momenteel bevindt. De bestuurder rijdt een woonwijk in. Kort hierna hoor ik Jan zeggen dat hij inmiddels is uitgestapt en naar een huis toeloopt. Kennelijk door het geluid van de klapperende wieken van de helikopter staat hij stil en kijkt recht in de camera die zich onder de helikopter bevindt. Jan ziet mij het huis naderen en roept over de mobilofoon dat ik moet stoppen en daar de tuin inlopen.

Als ik de tuin inloop tref ik daar inderdaad een man aan. Als ik de man, ik zal hem Kees noemen, om zijn rijbewijs vraagt weigert hij dit te geven. Hij vraagt waarom ik hem om zijn rijbewijs vraag, omdat hij helemaal geen auto bestuurd heeft. Ik schiet in de lach en wijs naar boven naar de politiehelikopter, die al klapperend boven ons hangt. Ik vertel hem dat de camerabeelden er niet om liegen en hij wel degelijk de bestuurder geweest is. 

Gelukkig arriveren er nog twee collega’s, want binnen één seconde slaat de vlam in de pan. “Laat dat *****ding (de heli dus) opzouten hier boven mijn huis!” schreeuwt Kees en trekt zijn jas uit en smijt deze op de grond. Gelukkig weten we hem met z’n drieën te kalmeren en laten we hem blazen op een apparaat, omdat we een sterke alcohollucht waarnemen. Kees blijkt ook nog eens teveel alcohol genuttigd te hebben en wordt aangehouden.


Op het Politiebureau Oost in Capelle aan den IJssel wordt Kees gefouilleerd. Hij moet, zoals iedere arrestant, zijn zakken leegmaken. We doen zijn spullen tijdelijk in een fouilleringszak. Kees vraagt of hij mag bellen naar zijn advocaat en de collega stemt hiermee in. Hij legt de telefoon, een Iphone 6, van Kees even apart neer in de fouilleringsruimte. Kees mag straks even bellen. We plaatsen Kees in een Voorlopig Arrestanten Verblijf (VAV) en lopen naar de chef van dienst Adrie toe om te melden dat we iemand hebben aangehouden. Wij gaan het proces-verbaal vast klaarmaken in de schrijfkamer van het bureau. De collega vergeet de telefoon van Kees mee te nemen.


Na een kwartier belt de arrestantenbewaker dat Kees graag een telefoontje wil plegen naar zijn advocaat. De collega realiseert zich opeens dat de telefoon van Kees nog in de fouilleringsruimte ligt en gaat deze halen om deze bij Kees te brengen. Nog geen minuut later komt de collega terug met een verschrikt gezicht, de telefoon is weg. “Hoe kan dat nou?” is mijn eerste reactie. Om er zeker van te zijn loop ik met de collega mee en zie inderdaad dat de telefoon weg is. Als we de arrestantenbewaker vragen of zij de telefoon heeft gezien trekt deze wit weg en slaat een hand voor haar mond. 

Ze heeft zojuist twee winkeldieven, een man en een vrouw met een kind in een buggy, hun spullen teruggeven en zag ook de telefoon op de tafel van de fouilleringsruimte liggen. Toen ze aan de man vroeg of dit zijn telefoon was, verblikte of verbloosde hij niet en stak de telefoon in zijn zak met de mededeling dat hij die inderdaad niet moest vergeten. In de schrijfkamer wordt er natuurlijk om ons gelachen. Mijn gezicht staat op onweer. "Hé Piet", roept collega Marcel, “welkom op Oost, leuk gezicht trek je erbij!” en ligt vervolgens dubbel van het lachen.


Als we de telefoon proberen te bellen, is deze inmiddels uitgezet.
De man en de vrouw waren inmiddels het bureau uitgelopen richting het metrostation. Nu is het metrostation bij politiebureau Oost dichtbij. Adrie, de chef van dienst, roept: “pakken die gozer!”en enkele collega’s sprinten het bureau uit naar het metrostation. En natuurlijk zijn de man en de vrouw zojuist ingestapt en sluit de metrobestuurder de deuren. Met de longen uit hun lijf rennen de collega’s de trappen op en bonzen op de deuren van de inmiddels wegrijdende metro. De bestuurder van de metro is alert en remt op het laatste moment.

De man en de vrouw met buggy, inclusief kind, worden uit de metro geplukt.
Ondanks grondige fouillering van zowel de man als de vrouw en de gehele buggy wordt de telefoon niet aangetroffen.
Beiden ontkennen in alle toonaarden een telefoon meegenomen te hebben, maar de arrestantenbewaakster is stellig. Hij heeft die telefoon gepakt.

Al schreeuwend wordt de man tussenin meegenomen terug naar het politiebureau ter zake verduistering. Hij is boos, maar wij zijn nog veel bozer.

Maar hoe gaan we Kees vertellen dat zijn telefoon gestolen is, zijn pas gekochte Iphone 6?

Kees was al uit zijn stekker gegaan, we zijn bang dat hij nu gaat ontploffen.

Als we de dief de fouilleringsruimte binnenbrengen en grondig fouilleren treffen we helaas geen telefoon aan. Als Adrie de man vertelt dat hij voorlopig tot de volgende dag mag blijven, verandert hij kennelijk van gedachte. Hij vraagt of hij weg mag als de telefoon weer boven water komt. Tja, wij hebben een fout gemaakt en willen inderdaad graag dat de telefoon terugkomt. 

Eigenlijk is de man gewoon een ordinaire dief, maar we stemmen toe dat hij weg mag als de telefoon terugkomt. Hij belt met een telefoon van ons zijn vriendin en even later staat de vriendin weer aan het bureau MET de telefoon.
Wij hebben het sterke vermoeden dat de telefoon verstopt is geweest in de kleding van het kind. We konden het echter niet maken om een kind te fouilleren.


Anderhalf uur later overhandig ik de telefoon aan Kees. Kees mompelt: “dat heeft ook lang geduurd”, geeft de telefoon weer terug en zegt dat hij geen zin meer heeft om zijn advocaat te bellen, maar na een verklaring graag naar huis wil. En zo gebeurt het ook, kort hierna verlaat Kees het bureau, met telefoon.

Hij had eens moeten weten wat een heisa zijn telefoon heeft veroorzaakt.

Volgende blog 15/02

maandag 4 januari 2016

Echte vrienden...!?

Joost heeft afgesproken op station Utrecht met een groep vrienden om te gaan stappen in Rotterdam. Ze gaan naar een houseparty in de Maassilo, een vroegere graanfabriek die omgevormd is tot een muziektempel.






Joost, 19 jaar oud, eerstejaars student, moet maar eens een echte man worden vinden ze. Joost is niks gewend en een goedzak die behoorlijk beïnvloedbaar is. Ze drinken alvast in, zoals dat heet, en de nodige biertjes worden onderweg al genuttigd.
Lichtelijk aangeschoten arriveren ze bij de Maassilo.
De hele nacht feesten ze door en buiten de alcohol worden er ook nog eens pilletjes genuttigd, de zogenaamde partydrug, waarmee je makkelijk 24 uur kan doorgaan.
Ook Joost krijgt vermoedelijk wat pilletjes toegestopt, waarvan hij een flinke ‘opkikker’ krijgt.
Op een gegeven moment, blijkt achteraf, gaat Joost naar buiten toe en gaat dwalen. In de tussentijd hebben zijn hevig verontruste ouders al diverse keren naar Joost gebeld om te vragen waar hij blijft en of het goed met hem gaat.

Nadat het feest om 05:00 uur is afgelopen is er één vriend van Joost, Jeroen, die hem mist ondanks dat hij zelf ook stevig gedronken heeft. De andere vrienden proberen Jeroen ervan te overtuigen dat Joost zelf naar huis gegaan is, maar Jeroen gaat toch op zoek. De andere vrienden laten Jeroen achter en keren huiswaarts. Ze maken zich geen enkele zorgen om Joost, die vindt zijn weg wel.
Als Jeroen iedereen aangesproken heeft, het gebouw doorzocht heeft, in de omgeving gezocht heeft en dit alles zonder resultaat belt hij de politie. In de tussentijd hebben de ouders van Joost ook al naar de politie gebeld dat ze hun zoon kwijt zijn.

Als mijn collega Ron en ik ter plaatse komen worden we aangesproken door Jeroen. Hij maakt zich ernstig zorgen en vertelt dat Joost bij zijn aankomst niet meer wist waar hij was en zelfstandig nooit thuis gekomen kon zijn.
Het is inmiddels 06:00 uur, eigenlijk tijd voor Ron en mij voor wisseling van de dienst. Maar we gaan er toch voor. We hebben een slecht voorgevoel.
Het signalement van Joost wordt door de meldkamer verspreid. Cameratoezicht, medewerkers van stadstoezicht die 24/7 de camera’s uitkijken, luisteren ook mee. Een nog wakkere medewerker vertelt dat hij deze jongen rond 03:00 uur heeft gezien op de camera. Hij heeft hem gevolgd, maar had op een gegeven moment geen zicht meer.
Op deze plek is de kade van de Maashaven. Het zal toch niet...

We vinden Joost een stuk verderop, zwaar onderkoeld. Dankzij het lage waterpeil ligt hij op de keien langs het water en niet erin. Hij wordt direct naar het ziekenhuis gebracht en houdt niets aan het voorval over. Volgens de artsen was het kantje boord.
Jeroen is voor mij een held, een echte vriend.

maandag 21 december 2015

De boze wereld



Een jongedame vraagt op Marktplaats een Iphone te koop met vermelding van haar 06-nummer. Dat is ongeveer hetzelfde als de sleutel van je huis in de voordeur laten zitten. Je nodigt in ieder geval geen mensen uit met de beste bedoelingen.






Het is ’s avonds 21:25 uur en het begint donker te worden als ik op de X straat in een achterstandswijk in Rotterdam twee jongens zie zitten op een bankje van het schoolplein. Bij het zien van mij op de politiemotor draaien ze hun gezichten weg en gaan quasi nonchalant op hun telefoon zitten kijken. Ik stuur ze weg van het schoolplein. Eén van hen herken ik als een bekende straatrover. Ze reageren vijandig en tergend langzaam lopen ze weg. Ik zie ze veelvuldig op hun telefoon kijken. Iets in mij zegt dat er iets niet klopt, gezien hun gedrag. Wat zijn of waren die gasten van plan?

Ik blijf nog even staan en zie dat een scooter langzaam de straat in komt rijden. De beide jongens kijken opvallend naar de scooterrijder. Op de scooter blijkt een meisje te zitten, aan de kleding te zien niet bepaald een type wat hier in de wijk thuishoort. Ik frons mijn wenkbrauwen en vraag me af wat die hier komt doen. Tijdens het voorbij rijden zie ik dat ze met haar telefoon in haar handen zit. Ik rijd haar achterna en geef haar een stopteken. Als ze haar helm afdoet en ik een legitimatiebewijs in mijn handen heb, blijkt mijn vermoeden juist te zijn.  Ze komt uit een dorpje en is helemaal naar Zuid gekomen om een Iphone 5 mobiele telefoon te kopen als verrassing voor haar vriendje.
Iemand heeft haar via whatsapp een berichtje gestuurd dat hij voor 150 euro deze telefoon te koop heeft en heeft als adres X straat nummer 25 opgegeven. Ik heb een naar voorgevoel en zoek op mijn telefoon wat voor bewoners er op dit nummer wonen. Het blijkt dat er een 85-jarige man en een 82-jarige vrouw wonen. Na aanbellen duurt het even voordat de bewoner, een oude man in nachtkleding, de deur opendoet. Hij blijkt van niets te weten en weet niet eens wat een Iphone 5 is. Het 06 nummer kent hij al helemaal niet, omdat hij geeneens een mobiele telefoon heeft.

Als ik vraag aan het meisje om het 06 nummer te bellen van de verkoper wordt er niet meer opgenomen. Ook via whatsapp wordt niet meer gereageerd. Het verhaal is mij duidelijk. De twee jongens hebben haar naar dit adres gelokt om haar vervolgens te beroven van geld, haar telefoon en mogelijk ook nog haar scooter. Ik leg haar uit dat gezien het tijdstip, de locatie en de prijs ze heel gauw terug moet rijden naar haar dorp en gewoon via de normale weg een telefoon moet kopen voor een normale prijs. Tevens blijkt niemand te weten dat ze met haar scooter op weg is naar deze ‘afspraak’.  In alle opzichten zou het een grote ‘verrassing’ voor haar geworden zijn als ik daar niet gereden had. Welkom in de boze wereld!

Maak bij een aankoop via Marktplaats nooit afspraken via whatsapp of via de telefoon, omdat een prepaidnummer niet op naam staat. Vraag sowieso om te beantwoorden via mail als iemand je telefonisch of via whatsapp benadert en kijk hoe lang de verkoper op Marktplaats actief is. Iemand die een week actief is, is niet betrouwbaar. Ook iemand die alleen initialen gebruikt als naam, dus bijvoorbeeld “LN” of “B” of wat voor lettercombinatie dan ook, is onbetrouwbaar. Krijg je een adres en vertrouw je het niet, spreek af voor de deur van een geopend politiebureau. Meestal haken ze dan snel af. En een verkoopprijs die ver beneden de marktwaarde ligt klopt niet, dus maak dan helemaal geen afspraak. Meldt dit soort duistere zaken bij Marktplaats of de verkoopsite waar het goed aangeboden wordt. Koop je toch ver beneden de prijs, besef dat je mogelijk een gestolen goed koopt en je schuldig maakt aan heling.

Zorg dat op je mobiele telefoon of tablet een findapp is geïnstalleerd. Met een inlognaam en wachtwoord kan de meldkamer inloggen en je apparaat traceren, activeren en zelfs op afstand wissen.
Zie https://mobile.twitter.com/Piet_Kats/status/672122972929458176?p=v

Kijk voor Samsung op https://findmymobile.samsung.com/login.do
Voor Iphone http://www.apple.com/nl/icloud/find-my-iphone.html

Of Android via Google https://accounts.google.com/ServiceLogin?service=androidconsole&passive=3600&continue=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2Fandroid%2Fdevicemanager&followup=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2Fandroid%2Fdevicemanager

En voor de terugvind-app voor een Windows Phone ga je naar:http://www.windowsphone.com/nl-nl/how-to/wp8/settings-and-personalization/find-a-lost-phone


maandag 7 december 2015

Vuurwapengevaarlijk

Als politieman/vrouw moet je tijdens de dienst kunnen schakelen. Soms krijg je tijdens een gesprek opeens te maken met geweld, waardoor je razendsnel moet overschakelen naar de vechtmodus. Maar soms bereid je, naar aanleiding van de informatie, je voor op flinke tegenwerking. Dat kan echter wel eens heel anders zijn dan je verwacht.
Ik zie een busje rijden waarvan de eigenaar volgens de meldkamer vuurwapengevaarlijk, verzetpleger en gesignaleerd zou staan. Mijn zintuigen staan op scherp. Ik rijd met de politiemotor achter hem aan en geef hem een stopteken. Behoedzaam loop ik naar het bestuurdersportier toe.
De bestuurder blijkt de eigenaar van het busje te zijn. Tegelijkertijd als ik zijn rijbewijs in mijn handen krijg, kijk ik in het busje en zie een pakje brood en een pak melk. Verder ligt er een briefje op de passagiersstoel.

De man, een veertiger, stevig gebouwd, is heel rustig en vriendelijk. Argwanend nog steeds, deel ik hem mede dat hij een boete van 997 euro heeft openstaan. Kalm kijkt de man, die is gekleed in schilderskleren , mij aan en vertelt dat hij weet dat de boete openstaat, maar dat hij geen geld heeft om deze te betalen. Als dwangmiddel kan ik de bus ‘buiten gebruik stellen’ ofwel meenemen naar het bureau, als borg dat hij de boete alsnog later komt betalen. De man zucht als ik hem dit vertel en blijft tot mijn verbazing rustig.

Ik vraag waar hij op weg naar toe is en hij vertelt dat hij een schildersklus heeft in een dorp verderop. Hij heeft geen vaste woon- of verblijfplaats meer en woont tijdelijk in een anti-krakerswoning. Ik kijk in een paar droevige ogen. Gert, zoals hij blijkt te heten, vertelt dat hij sinds een jaar gescheiden is. Zijn leven is een puinhoop en hij doet zijn uiterste best om zoveel mogelijk zijn kinderen te zien. Zijn ex-vrouw dwarsboomt hem, met de bedoeling hem zijn kinderen te onthouden. De boetes stapelen zich op, mede omdat hij geen vast adres heeft. De auto die nog op zijn naam staat is de oorzaak van alle boetes. Zijn ex-vrouw maakt steeds overtredingen en de boetes komen op zijn naam. De auto van zijn naam afhalen loopt via een advocaat.

Vuurwapengevaarlijk? Gert verzamelde vuurwapens als hobby en is door zijn ex-vrouw aangeklaagd als gevaarlijke gek. Tijdens zijn aanhouding was Gert kwaad geworden en door de politie met geweld in de boeien geslagen. En het briefje? Daar staat als herinnering op dat hij om 17:00 uur groenten en vlees moet halen. Hij moet koken voor zijn kinderen die komen eten bij papa. Gert barst in tranen uit. Ik heb geen moed meer om Gert zijn bus af te pakken. Ik weet dat ik tegen de regelgeving in handel. Maar Gert kan beter de klus gaan doen en geld verdienen. Ik adviseer hem zo snel mogelijk de boete te komen betalen, die hij later die week ook komt betalen.

Volgende blog over 2 weken 21/12

maandag 16 november 2015

Tukkerse BTGV

Bij de benadering van gevaarlijke verdachten volgt de politie een speciale procedure, de Benaderings Techniek Gevaarlijke Verdachten (BTGV).
In heel politie Nederland weet elke agent wat deze procedure inhoudt. Maar bij het daadwerkelijk toepassen van deze procedure loopt het toch wel eens iets anders. Zeker als je door de adrenaline terugvalt in je ‘moerstaal’.




Ik heb vannacht met René dienst, van oorsprong geboren in Twente wat aan zijn klankval nog te horen is. Het is een heerlijke zwoele zomernacht en windstil.

We horen een melding tijdens onze dienst dat er een gewapende overval heeft plaatsgevonden op een nachtwinkel en dat de daders gevlucht zijn in een auto, een Toyota Avensis, wit van kleur. Het kenteken is onbekend, maar in de nachtelijke uren zullen er niet veel van deze auto’s rondrijden.

We nemen positie in op een belangrijk kruispunt van wegen en wachten af. Nog geen vijf minuten later komt ons een Toyota voorbij gereden. Als de auto ons voorbijrijdt zien we dat er twee personen in de auto zitten. Dat kan gewoon niet missen, dus zetten we de achtervolging in. De auto rijdt met hoge snelheid en negeert ons stopteken. De bestuurder neemt grote risico’s om aan ons te ontkomen, maar gelukkig hebben we een snelle politieauto en is er niet veel verkeer op de weg. Steeds meer politieauto’s sluiten aan en het net rondom de overvallers begint zich te sluiten.

Met veel te hoge snelheid nadert de Toyota een bocht in een woonwijk, vliegt eruit en knalt tegen een lantaarnpaal die als een lucifershoutje breekt.

We starten de BTGV procedure en René schreeuwt door de megafoon dat de inzittenden zijn aangehouden, dat er vuurwapens op hen gericht zijn en dat ze hun handen omhoog moeten steken en de bevelen op moeten volgen. De bestuurder doet zijn deur open en wil eigenlijk te vlot uitstappen. René lost een waarschuwingsschot, maar dat heeft tot gevolg dat de bestuurder weer de auto ingaat. René schreeuwt dat de bestuurder zijn handen moet laten zien, maar er gebeurt helemaal niets. Dan gebeurt er iets waar ik eigenlijk enorm om moet lachen. René begint door de spanning in zijn moerstaal te spreken. Zo schreeuwt hij dat de bestuurder zijn deur ‘los’ (portier open) moet maken en zijn handen tegen het ‘raam’ van de auto (voorruit) moet plaatsen en nog meer termen die alleen ‘tukkers’ begrijpen.

U snapt het al, er gebeurt helemaal niets. De verdachten beginnen achterom te kijken, maar zitten wel met hun handen in de lucht. Ik corrigeer René en zeg dat hij moet zeggen dat de bestuurder het portier open moet maken. Maar ook hier voldoet de bestuurder niet aan.

We kijken elkaar aan en vragen ons af wat we moeten doen, want de procedure loopt niet echt volgens het boekje. Dan bedenk ik me opeens dat het wel eens niet Nederlands sprekende overvallers kunnen zijn. René schakelt over op de Engelse taal en dit heeft het gewenste effect. De overvallers doen wat we zeggen en uiteindelijk kunnen ze geboeid afgevoerd worden. In de auto treffen we een vuurwapen en de buit van de overval aan.

In de omgeving staan inmiddels overal de ramen en de deuren van de woningen open. Nieuwsgierige bewoners zijn vanwege de botsing, de luid klinkende megafoon en het waarschuwingsschot naar de plaats delict gegaan en hebben zich hier verzameld.

Eén van deze mensen komt naar me toe en vraagt wat er aan de hand is. Ik leg hem uit dat we zojuist twee overvallers hebben aangehouden middels een procedure. Ik schiet in de lach als de man zegt dat hij de politieagent maar vreemde termen hoorde roepen waar hij zelfs niets van snapte. Het klonk als een dialect uit het oosten van het land. Grappend deel ik hem gewichtig mede dat de politie uit Twente de auto achtervolgt heeft en hier pas tot stilstand is gekomen. Een internationaal opererende bende met diverse nationaliteiten. Vandaar de drie ‘talen’ die gesproken werden. De man neemt mij serieus en knikt instemmend.

We hebben René nog wel eens geplaagd met zijn Tukkerse BTGV.

Volgende blog 07/12

 

maandag 26 oktober 2015

Meegesleurd

Het onvoorspelbare van politiewerk is de onvoorspelbaarheid van mensen. Ik zie de blik van de bestuurder veranderen, maar ben te laat.

Tijdens het parkeren van mijn privéauto, maar wel gekleed in mijn politie-uniform komt een auto tegen de richting in me tegemoet rijden. Als de bestuurder ook nog eens luid begint te toeteren, omdat ik de weg blokkeer is het tijd om uit te stappen en hem aan te spreken.
Ik loop naar het bestuurdersportier en zie hem zichtbaar schrikken. Door het geopende raam vraag ik naar zijn rijbewijs en vertel hem de reden waarom ik hem staande houd. Hij weigert echter elke medewerking te verlenen. Een flinke alcoholdamp komt me tegemoet. Ik vraag hem de motor van de auto uit te zetten, zodat hij niet direct weg kan rijden. Ik leg hem uit dat ik collega’s laat komen met een blaasapparaat voor een alcoholtest.
Dan zie ik de blik van de bestuurder veranderen. Mijn gevoel zegt dat hij zich waarschijnlijk aan zijn aanhouding zal onttrekken. Ik besluit om hem daadwerkelijk aan te houden en maak met een snelle beweging het portier open. Met mijn rug tegen het geopende portier en mijn voet op de dorpel van de auto pak ik hem beet en wil hem uit de auto trekken. Dan gebeurt er iets waar ik niet op gerekend heb. Bliksemsnel start hij de auto met zijn vrije rechterhand, zet de auto in zijn achteruit en geeft volgas achteruit. Hangend aan het portier, maar gelukkig met mijn voet op de dorpel zodat ik me staande kan houden, word ik meegesleurd.
Ik zet me schrap als we met grote snelheid achteruit rijden. Ik heb de tegenwoordigheid van geest nog om mijn pepperspray te pakken en hem in zijn gezicht te spuiten. Een lantaarnpaal doemt op en het portier slaat met een grote klap hier tegenaan, op nog geen tien centimeter afstand naast me. Doordat het portier dubbelslaat, smak ik tegen de grond en rol over straat.
Even lig ik beduusd op de grond, maar de adrenaline in mijn lijf doet wonderen. Ik krabbel overeind, roep via mijn portofoon om assistentie en ren naar mijn auto toe. Ik zie de verdachte wegrijden, het portier bengelt nog aan zijn auto. Gelukkig heeft de pepperspray zijn werk gedaan, want een stuk verderop staat de auto stil. De verdachte zit hevig snotterend over het stuur gebogen. Boos sleur ik hem de auto uit, leg hem op de grond en zet hem in de handboeien. Gelukkig zijn mijn collega’s snel ter plaatse en nemen de verdachte over.
Weliswaar flink gehavend door schaafplekken besef ik dat ik er goed van afgekomen ben. De verdachte wordt later veroordeeld voor poging doodslag.

Volgende blog 16/11

maandag 5 oktober 2015

Harde kop

Getergd tot het uiterste door een arrestant neem je in je emotie wel eens een verkeerde beslissing.
Dat levert wel eens rare vormen op in een politieauto.





Al surveillerend, samen met mijn collega Leo, speuren we in de nacht naar verdachte situaties. Er zijn de laatste tijd veel inbraken in een winkelcentrum en zodoende kruisen we het winkelcentrum door met onze politiebus. Plotseling komt om de hoek een fietser, gekleed in donkere kleding, die ons zonder licht tegemoet rijdt. Als hij ons passeert zie ik dat hij zijn gezicht van ons afwend en een rugzak draagt. Gezien het tijdstip en de locatie besluiten we om hem aan te spreken. Ik keer de bus en we rijden achter de man aan. Aanspreken lukt niet want hij weigert te stoppen, ook na herhaaldelijk roepen via de megafoon. Ik durf hem niet aan te rijden, omdat hij anders lelijk ten val kan komen. We hebben nog niet zoveel feiten en omstandigheden om koste wat kost hem te stoppen.

Als hij dreigt te ontsnappen door hekjes in een brandgang, springt Leo uit de bus en rent achter de verdachte aan. Hij weet hem te pakken te krijgen en vordert een legitimatiebewijs.
Het blijkt een bekende inbreker te zijn en na fouillering treffen we voldoende bewijsmateriaal aan om hem aan te houden als verdachte. Hij is vreselijk recalcitrant en weigert elke medewerking. We krijgen de meest vreselijke ziektes naar ons hoofd geslingerd en boeien hem.
Nadat we hem in de bus geplaatst hebben en de fiets erbij gezet hebben rijden we naar het politiebureau toe.

Onderweg irriteer ik me mateloos aan het gedrag van de verdachte. Als hij dan ook nog met kracht tegen de fiets begint te schoppen, zodat deze tegen het tussenschot in de bus aanklapt ben ik het helemaal zat.

Wat ik echter niet weet is dat Leo inmiddels zijn gordel heeft los geklikt. Voordat Leo wil gaan vragen of ik even wil stoppen, trap ik met kracht op de rem. De bedoeling is om de verdachte te laten schrikken om vervolgens de schuifdeur open te doen en de fiets gewoon op straat te smijten en deze later op te halen. Dan gebeurt het…  Door de kracht van het remmen vliegt Leo voorover en knalt met zijn hoofd tegen de voorruit. Het is een enorme klap en de voorruit barst. Leo heeft letterlijk de ruit er bijna uitgekopt. De voorruit is aan de kant van Leo verbrijzeld en de haren van Leo zijn uit zijn hoofd getrokken. Geschrokken kijk ik Leo aan die een pijnlijk gezicht trekt en met zijn handen z’n hoofd vasthoud, net of het er elk moment kan afvallen.
Ik loop om de bus heen, trek de fiets eruit en smijt hem op straat. Ik gooi de deur weer dicht en vraag aan Leo hoe het gaat. Leo zegt dat het wel gaat en vraagt om naar het bureau te rijden.
Wat heb ik een ontzettend rotgevoel. Het is mijn eigen fout, maar veroorzaakt door het gedrag van de verdachte waar ik me door liet leiden.

Leo hield er gelukkig niets aan over dan een aantal dagen flink pijn in zijn hoofd. De collega’s wilden natuurlijk de gebarsten voorruit goed bekijken. De conclusie was dat Leo toch wel een harde kop heeft.

Volgende blog 26/10

 

 

maandag 14 september 2015

Uitstekende ‘delen’

Je ziet ze soms wel eens rijden. Stoere mensen met het portierraam open, arm losjes uit de auto bungelend. Of een hond die zijn kop buiten het raam steekt, maar ook een kinderhoofdje dat buiten het raam steekt tijdens het rijden. Ik gruwel ervan…




Het is druk met vakantieverkeer richting het zuiden. Het lijkt wel of iedereen tegelijk op vakantie gaat. Ik krijg een melding van een ernstige aanrijding op de snelweg, waarbij sprake zou zijn van een beknelling. Ik wring me met de motor tussen het verkeer door en pak de vluchtstrook als de file tot stilstand gekomen is. Met zwaailicht en sirene rijd ik behoedzaam over de vluchtstrook heen. Ik maak me boos om de automobilisten die ruim voor de afrit al op de vluchtstrook rijden met hun richtingaanwijzer naar rechts, om de afrit te nemen. Wat dat aangaat zijn mensen kuddedieren. Als er één schaap over de dam is…

Het liefst zou ik ze allemaal opschrijven, maar ik moet prioriteiten stellen. Ik kan ze moeilijk eerst een bekeuring gaan geven en dan pas naar de melding gaan.

Ter plaatse tref ik een chaotische situatie aan. Er is een behoorlijke schade en snel zet ik mijn motor neer en doe mijn helm af. Er staan auto’s schots en scheef, maar mijn blik wordt getrokken door een flink bloedspoor op de zijkant van een personenauto. Een man schreeuwt naar me dat ik onmiddellijk moet komen. In de auto blijkt een slachtoffer te zitten met een hevig bloedende wond. Tot mijn schrik zie ik dat hij een stuk van zijn linkerarm mist. Wat is dit nou?

De man, die een EHBO-er blijkt te zijn, houdt de wond dichtgedrukt. Ik vraag aan de meldkamer met spoed een ambulance en vertel de kritieke situatie van het slachtoffer. Ik hoor in de verte sirenes, maar het lijkt een eeuwigheid te duren eer dat de ambulance ter plaatse is. Het slachtoffer verkeerd in shocktoestand en is niet aanspreekbaar. Wat altijd mooi is om te zien is, is dat omstanders van alles aanbieden om te helpen. Wat ik niet afsla is een grote paraplu waarmee een vrouw komt aanlopen. Ik vraag haar de paraplu omhoog te houden, zodat we enige verkoeling hebben hieronder van de brandende zon. Een andere omstander neemt na korte tijd de paraplu over van de vrouw, want deze kan de aanblik niet verdragen en vlucht weg. Ik kan het begrijpen, het lijkt wel een slagerij met al dat bloed.

Niet veel later arriveren diverse ambulances, de brandweer en de traumaheli die de hulpverlening overnemen. Ik heb het inmiddels behoorlijk warm gekregen en krijg gelukkig water aangeboden van een omstander.

Wat me echter bezig houdt is de oorzaak. Hoe kan de arm van het slachtoffer eraf gerukt zijn, terwijl er geeneens zoveel schade is? En waar is de arm gebleven? De oplossing komt vrij snel daarna. Onder een auto die in de buurt van de auto van het slachtoffer staat ligt een afgerukte arm met een hand onder een auto. Een getatoeëerde arm als een stuk vlees op de grond blijft een raar gezicht. Een collega, met handschoenen aan, pakt de arm en brengt hem naar de ambulancemedewerkers toe. Gezien de toestand van het lichaamsdeel vrees ik het ergste, die zullen ze er niet meer aankrijgen.

Uit onderzoek blijkt dat de arm van het slachtoffer uit het raam hing tijdens het autorijden. Nadat een busje een voor hem stilstaande auto probeerde te ontwijken, knalde deze tegen de auto van het slachtoffer aan. Door de botsing werd de arm hierdoor afgerukt. Het slachtoffer overleefde de aanrijding helaas niet.

Bedenk goed wat de gevolgen kunnen zijn van een open raam met uitstekende ‘delen’.

volgende blog 05/10

maandag 24 augustus 2015

Diendersogen

Het werk loslaten als diender tijdens de vakantie. Heel logisch, want er is ook een tijd voor ontspanning. Maar soms lukt dat niet helemaal, het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan.

Op vakantie in Frankrijk hoort een kijkje in de omgeving er zeker bij, ook het bezoek aan een oud stadje waar een hele grote markt is. Lekker slenteren langs de kraampjes en genieten van de typisch Franse producten, maar ook van bezoekers kijken. Af en toe stilstaan als ik weer eens te ver vooruit gelopen ben van de rest.

Dan wordt mijn blik getrokken naar een jongeman die heen en weer drentelt. Hij kijkt opvallend rond zich heen en gaat aan de overzijde van mij tegen de gevel van de huizen achter de kramen staan.
Zijn hele gedrag voorspelt niet veel goeds en mijn politiehart begint te kloppen. Ik zie dat in de nabijheid een aantal mensen op een terrasje zit, waarvan één een oudere vrouw. Naast haar staat een tas, waarvan de rits open is en de portemonnee duidelijk zichtbaar is. De geobsedeerde blik van de jongeman is duidelijk gericht op de tas.
Het zal toch niet.....

Daar sta ik dan, quasi nonchalant aan de overzijde tegen de gevel, zogenaamd kijkend op mijn telefoon.
Wat ga ik zo meteen doen als de jongeman de portemonnee uit de tas van de vrouw steelt? Ik kijk eens rond me heen en mijn oog valt op een andere man die met priemende ogen ook naar de jongeman staat te kijken. Ik frons mijn wenkbrauwen eens en vraag me af of dit een handlanger van de jongeman is. Maar gezien zijn uiterlijk en vakantieoutfit lijkt hij in de verste verte niet op een Fransoos. Plotseling kijkt hij mijn richting uit en kijken we elkaar in de ogen. Het grappige is dat we hierna beurtelings naar elkaar en naar de jongeman kijken. Dan wijst de onbekende man naar hem en maakt het zogenaamde graai-gebaar. Ik knik en maak hetzelfde gebaar.

Ik besluit om de diefstal te voorkomen, want ik heb helemaal geen zin in een aanhouding met alle gevolgen vandien. Ik loop naar de jongeman toe en ga naast hem staan. Ik fluister hem ‘keurig’ in de Franse taal dat hij met zijn handen van de portemonnee van de vrouw af moet blijven en moet ‘opzouten’. Tijdens mijn jaren bij de Verkeerspolitie hebben we (bij)les gehad in de Franse taal vanwege de drugrunners. De straattaal heb ik goed onthouden en maak hier nu handig gebruik van. Nog even denk ik dat de jongeman me wil aanvliegen, maar met een boos gezicht loopt hij weg.
Dan staat opeens de man naast me van de overkant. In onvervalst Nederlands zegt hij tegen mij : “Jij had het dus ook gezien!"
Het blijkt een collega uit Utrecht te zijn die ook op vakantie is en het gedrag van de potentiële dief ook had gesignaleerd.
We gieren het uit van de lach, geven elkaar een hand en lopen weer verder.

De rest van de familie is in geen velden of wegen meer te zien. Na een telefoontje voeg ik me weer bij hen. Op de vraag waar ik al die tijd was, vertel ik dat ik even een ‘klusje’ had.
Met verbaasde gezichten staan ze me aan te kijken. Je bent toch vrij?

Volgende blog 14/09

maandag 27 juli 2015

Gestoordeling

Een verdachte met de handboeien ergens aan vastzetten. Tijdelijk ‘parkeren’ of in vaktermen tijdelijk in verzekering stellen. Het lijken wel middeleeuwse praktijken om iemand publiekelijk te schande te zetten. Maar soms moet je wel.

Ik hoor via de mobilofoon op de motor dat een vrouw in overspannen toestand haar woning heeft verlaten en met haar auto mogelijk in de richting van X stad gaat. Bij het verlaten van de woning heeft ze gezegd zelfmoord te gaan plegen. Met de politiemotor neem ik op de autosnelweg een strategische positie bij een knooppunt in, waarvan ik vermoed dat ze hier wel eens langs kan komen rijden in de richting van X stad.


Nog geen half uur later zie ik haar met de auto voorbij rijden. Op gepaste afstand volg ik haar en geef aan de meldkamer de positie door.
Ik zie dat ze in haar binnenspiegel zit te kijken naar mij. Ondanks dat ze op de autosnelweg rijdt gaat ze steeds langzamer rijden, waardoor ik genoodzaakt ben om ook langzamer te gaan rijden. Ze nadert een grote brug en zie dat ze haar voertuig stilzet op het kleine smalle stukje vluchtstrook kort voor de brug. De schrik slaat me om het hart, ze zal toch niet uit gaan stappen en van de brug naar beneden springen. Snel plaats ik mijn motor achter haar auto en stap af.

Voor ik haar kan beletten stapt ze uit en springt de rijbaan op voor een naderende auto. Door hevig te remmen en uit te wijken weet de chauffeur haar te ontwijken. Ik kan haar vastgrijpen en trek haar mee de vluchtstrook op. Maar ze vecht als een tijger en voor ik het weet lig ik plat op de grond met haar. Ze weet weer op te staan en springt voor een aankomende vrachtauto. Een zware claxon van de vrachtauto doet mij denken aan een doemscenario, waarbij ik samen met haar zo plat als een dubbeltje wordt gereden.
De vrachtwagenchauffeur remt uit alle macht en een gierend en piepend geluid van remmen en banden komt naderbij. Weer weet ik ze van de rijstrook weg te trekken en ze op de vluchtstrook te krijgen. Met een paar fikse klappen krijg ik weer controle en weet een boei om haar ene pols te krijgen. De andere hand is onder haar lijf en krijg ik niet te pakken. Dan is daar de stang van de vangrail die uitkomst biedt. De andere boei sla ik hier omheen en ze zit vastgeketend aan de vangrail. Eindelijk heb ik de gelegenheid om de meldkamer om assistentie te vragen en hijgend vertel ik dat ik de vrouw onder controle heb. Ik doe mijn helm af die ik nog op heb. Ik heb het bloedheet.

Maar ik krijg het nog warmer als op het kleine stukje vluchtstrook nog een auto stopt. Levensgevaarlijk! Uit de auto stapt een man, die met een verontwaardigd gezicht naar me toe komt lopen en me begint uit te schelden. Het netste woord wat uit zijn mond komt is dat ik een ‘gestoordeling’ ben. Ik moet de vrouw onmiddellijk losmaken en op een humane manier behandelen. Ik heb helemaal geen tijd en zin in uitleg en vertel hem dat ik met mijn werk bezig ben. Ik sommeer hem om onmiddellijk weer in zijn auto te stappen en heel gauw weg te wezen, omdat hij het verkeer ernstig in gevaar brengt door op deze manier te gaan staan. Het verkeer rijdt inmiddels stapvoets en aller ogen zijn gericht op de situatie. Ik voel me net een misdadiger. Nou schiet het vuur bij de man uit zijn ogen, maar ook bij mij. Ik pak hem beet en duw hem terug naar zijn auto. Met enige drang duw ik hem achter het stuur en bulder dat hij weg moet gaan anders is hij de volgende die ik zou gaan aanhouden, hoewel ik daar totaal niet op zit te wachten. Gelukkig geeft hij gehoor en rijdt met gillende banden weg.

Als de assistentie gearriveerd is maken we de vrouw los en plaatsen haar in de politiebus. Haar auto wordt door de ene collega meegenomen en de andere brengt haar in de politiebus naar het bureau waar het zorgcircuit wordt opgestart.
Nog verbijsterd over de situatie loop ik naar mijn motor. Gekomen op het bureau vertel ik het hele verhaal aan de chef van dienst Rob.

Een dag later wordt ik tijdens de dienst opgeroepen. De man is aan het bureau verschenen om een klacht in te dienen over mijn optreden. Of ik in de mogelijkheid ben om naar het bureau te komen om bij het klachtgesprek aanwezig te zijn. Ik vertel Rob dat ik dit absoluut niet van plan ben. Het zal me op dat moment een zorg zijn. Mijn eerste reactie is dat hij zijn best maar moet doen en dat Rob hem vooral de hartelijke groeten moet doen van me. Ik voel weer boosheid in me opkomen over de hele situatie.
Als ik aan het bureau kom vertelt Rob dat hij het jammer vindt dat ik niet bij het gesprek aanwezig wilde zijn. Hij vertelt dat de man namelijk zijn excuses heeft aangeboden en zich schaamde voor zijn optreden. Mijn mond valt open van verbazing. Ik heb het idee dat ik zwaar in de maling wordt genomen. Rob begint keihard te lachen als ik hem stoïcijns aan blijf kijken.
Hij heeft de man de omstandigheden verteld van het incident en de reden waarom ik de vrouw vastgeketend had. De man liep rood van schaamte aan, bood zijn excuses aan en verliet snel het bureau.

De vrouw vastgeketend aan de vangrail is een momentopname voor de man die langsrijdt. De filmpjes door burgers gemaakt van politieoptreden geeft vaak maar een korte momentopname weer van een compleet incident. De (cruciale) voorinformatie, de aanleiding, ontbreekt vaak. We kunnen niet elke burger eerst gaan vertellen wat er precies gebeurd is. Vaak wordt een beeld geschetst dat de politie onnodig geweld gebruikt. Het wordt in de media uitgebreid gecommuniceerd en de politie loopt weer achter de feiten aan. Kritisch kijken naar en kritisch zijn over politieoptreden is mijn inziens volkomen terecht, mits de voorgeschiedenis eerst bekend is. Dan pas oordelen en communiceren. En daar ontbreekt het helaas nog wel eens aan.

(vakantietijd, volgende blog 24/8)

 

maandag 6 juli 2015

De priemende vinger

Je zou een politieachtervolging van een verdachte kunnen vergelijken met een roofdier die een prooi probeert te vangen: met maximale inspanning wordt alles uit de kast gehaald om de verdachte te pakken te krijgen. Maar zo werkt het niet altijd. De verdachte bevindt zich namelijk op een motor en haalt halsbrekende toeren uit om te ontkomen aan de politie. Hierdoor verdwijnt hij uit het zicht van de
achtervolgende politieauto.

Maar niet van de politiehelikopter.
 
Een politieauto van de Verkeerspolitie meldt een achtervolging op de autosnelweg. Een motorrijder komt hen met vrij hoge snelheid achteroprijden en ziet hen op het laatste moment. Na een stopteken draait hij zijn gashandel vol open en rijdt weg. Ze blijven hem volgen en hebben gelegenheid om voor hem te komen, maar doen dit niet omdat dit alleen maar zal leiden tot een aanrijding. Gezien zijn rijstijl zal de verdachte niet uit zichzelf stoppen.

Op de mobilofoon hoor ik een bekende stem, namelijk de stem van mijn broer Kees die samen met Ro van de Verkeerspolitie dienst heeft.
Hij meldt dat de verdachte de kentekenplaat van zijn motor dusdanig omgebogen heeft dat deze niet meer leesbaar is. Mogelijk is de motor van diefstal afkomstig. Er worden de laatste tijd veelvuldig motoren gestolen.
 
Mijn collega en ik nemen met onze politieauto positie in op een kruispunt in de buurt en wachten af. We horen dat de snelheid boven de 200 kilometer per uur ligt en de motor onze richting opkomt. Hij meldt dat de verdachte met hoge snelheid over de kruisingen scheurt in het drukke havengebied. Niet veel later zien we hem aan komen rijden.
We laten de verdachte gewoon voorbij racen. Korte tijd later rijden Kees en Ro voorbij.

Veel mensen zullen zeggen dat ze het raar vinden om de verdachte te laten ontkomen, toch? Maar als we iemand achtervolgen dan moet het voor zowel de overige weggebruikers als voor ons veilig zijn én blijven. Met andere woorden: met dit soort extreem hoge snelheden is het niet verantwoord om de weg van de verdachte te gaan blokkeren, immers, het laatste wat je wilt is dat er ongelukken gebeuren met alle gevolgen van dien. Als agent moet je zo professioneel zijn om je verstand te gebruiken in plaats van koste wat kost een verdachte te willen pakken.

Maar wat is het dan geweldig als de stem van Pleun, de tactical flight officer, vanuit de politiehelikopter, meldt dat ze inmiddels boven de motor vliegen. Dat is mooi, de heli vliegt erboven! Pleun meldt dat de verdachte inmiddels weer de oprit van de snelweg heeft genomen.
Met een "gangetje" van ongeveer 220 kilometer per uur rijdt hij in de richting van de eilanden, daarbij schuwt hij het rechts inhalen en het gebruik van de
vluchtstrook niet. Pleun blijft zijn positie doorgeven en ziet op een gegeven moment dat de motorrijder een afslag neemt en verderop een lange smalle doodlopende weg inrijdt en daar op het aan het eind gelegen parkeerterrein stopt.

Kees en Ro rijden op aanwijzen van Pleun de doodlopende weg in en naderen de motorrijder. Hij zit als een rat in de val. De auto van de Verkeerspolitie wordt op zeer korte afstand dwars over de weg gezet en als een getergd dier blijft de verdachte rondjes rijden om de auto’s die geparkeerd staan.
Er zou nog een mogelijkheid zijn dat de verdachte het fietspad op zou kunnen rijden, maar voordat hij dit doet stapt Kees uit en wijst met zijn vinger naar boven.

De verdachte kijkt Kees aan, maar begrijpt de boodschap niet. De priemende vinger van Kees wijst nogmaals omhoog. Dan kijkt de verdachte omhoog en ziet de helikopter klapperend boven hem hangen. Hij laat zijn schouders hangen, schudt meewarig zijn hoofd en zet zijn motor op de zijstandaard neer. Hij zet zijn helm af en steekt dan zijn handen in de lucht als teken van overgave.
Hij wordt aangehouden voor het ernstig in gevaar brengen van het verkeersveiligheid en het opzettelijk onleesbaar maken van zijn kentekenplaat op zijn niet-goedgekeurde motor. Zijn rijbewijs is hij voorlopig kwijt.

Hele stukken was de verdachte niet meer in het zicht van de politiemensen op straat, maar dankzij de klapperende wentelwiek werd de verdachte alsnog aangehouden.

(volgende blog iets later op 27/7)

maandag 22 juni 2015

112, het gevreesde nummer

U kent waarschijnlijk wel het ‘onderbuikgevoel’. Daar bedoel ik mee dat je bij het zien van sommige mensen of situaties een onheilspellend gevoel hebt. Ieder mens heeft dat in zich, een soort radar die waarschuwt. Dit verschilt natuurlijk wel per persoon. Wat we vervolgens als mensen doen is de situatie bagatelliseren. Het zal wel niet zo zijn. Ik heb het verkeerd gezien. Je schudt je hoofd en gaat verder.

Sinds de campagne van 112 en 0900-8844 lijkt het wel of de burgers vrees hebben om 112 te bellen. Er wordt veel te weinig 112 gebeld bij verdachte situaties.

Rob rijdt met zijn vrachtwagen op een rondweg in de regio. Het is ongeveer 05:00 uur en het begint al licht te worden. Net achter het stuur en nog een beetje slaperig neemt hij de rotonde bij de A weg. Tijdens het nemen van de rotonde beschijnen de koplampen van zijn vrachtwagen het riet langs de sloot, die naast de rotonde ligt. In een flits meent Rob een reflector van een fiets waar te nemen en ziet dat het riet op die plek verbogen is.
Rob rijdt door, maar de situatie houdt hem wel bezig. Volgens mij lag daar toch echt een fiets en was het riet verbogen, denkt Rob. Misschien heeft opgeschoten jeugd een fiets in de sloot gegooid. Het zal wel niets zijn. Ik ga hier de politie niet voor bellen.

Inmiddels rijdt Rob op de autosnelweg in de richting van het zuiden en is hij een half uur verder. Maar de situatie blijft aan hem knagen en het stemmetje in zijn hoofd schetst een ander scenario.
Stel je voor dat er iemand in de sloot is gereden die nacht en daar nu nog ligt. Dat zou zomaar eens kunnen. Rob neemt een cruciale beslissing, hij belt 112.
De meldkamer hoort het verhaal van Rob aan. Rob excuseert zich nog eens dat hij misschien spoken ziet en misschien wel helemaal voor niets belt, maar de centralist van de meldkamer neemt de melding serieus en stuurt een politieauto.

Als mijn collega Erik en ik ter plaatse komen zien we inderdaad op de rotonde dat het riet verbogen is en bij het uitstappen zien we een fiets in het riet liggen. Tot mijn grote schrik zie ik een arm in het water. Tegelijkertijd brult Erik dat er iemand in het water ligt. Ik vraag Erik om de meldkamer te roepen voor assistentie, gooi mijn jas uit, doe mijn koppel af en ga door het riet naar de persoon toe. Half in de sloot, met het water tot de borst, zit een jongen. Ik schat hem rond de 16 jaar oud. Ik denk dat hij al overleden is, zo bleek is zijn gezicht. Ik stap naast hem in de sloot en pak hem onder zijn oksels om hem eruit te trekken. Hij kreunt, slaat zijn ogen op en kijkt me aan. Wat ben ik ontzettend blij dat hij nog leeft. Erik heeft inmiddels om een ambulance gevraagd en een extra politieauto ter assistentie. Omdat de kleding van de jongen helemaal gevuld is met water krijg ik hem er niet alleen uit. Erik stapt ook in de sloot en samen proberen we hem eruit te krijgen. Echter zijn beide benen van de jongen ver in de modder gezakt dus hoe harder we trekken, hoe meer we zelf in de modder zakken. Het lukt niet.

We verzoeken met spoed de brandweer ter plaatse en met vereende krachten krijgen we de jongen uit de sloot. Achteraf blijkt dat zijn lichaamstemperatuur zover was gedaald dat het geen uur langer had moeten duren.
Als de jongen met de ambulance vertrekt naar het ziekenhuis staan we nog even na te praten met de collega’s. We zien er werkelijk niet uit en stinken een uur in de wind naar de modder uit de sloot. De brandweercollega’s bieden ons een gratis douche aan en spuiten de modder van onze kleding. Nadat we een zeil over de stoelen van de politieauto hebben gelegd rijden we terug naar het bureau. Met kleding en al stap ik onder de douche om het eerst warm te krijgen.

Als ik klaar ben en achter mijn computer zit, bel ik eerst Rob op. Ik doe verslag van het hele incident en complimenteer hem met zijn alertheid en het feit dat hij het ‘gedurfd’ heeft om 112 te bellen. Rob wordt later door ons in het zonnetje gezet, in het bijzijn van zijn werkgever.

De jongen bleek veel alcohol gedronken te hebben op een feestje. Vermoedelijk is hij op weg naar huis de sloot ingereden. Door de zuigende werking van de modder en het forse alcoholgebruik kon hij niet meer op eigen kracht uit de sloot komen. Lijdzaam moest hij wachten…. Tot in dit geval Rob voorbij kwam.
Schroom niet 112 te bellen bij je ‘onderbuikgevoel’.

112 daar red je levens mee, maar vang je ook boeven mee.