Copyright

Copyright P.Kats. Zonder mijn toestemming mogen mijn verhalen niet gekopieerd worden en/of gepubliceerd worden. Linken mag uiteraard wel.

maandag 25 november 2013

Brand in een woning


We hebben die avond in december video-surveillance met een onopvallende Volvo van de Verkeerspolitie. De auto is uitgerust met een permanent draaiende video-camera, waarbij de beelden ‘live’ opgenomen worden. Deze beelden kunnen dan direct teruggekeken worden, zodat overtreders hun capriolen kunnen bekijken. Gekomen op het Vaanplein te Rotterdam moet ik hoognodig naar het toilet. We besluiten even door te rijden naar een politiebureau. Net als we onze auto voor het bureau geparkeerd hebben en zijn uitgestapt  horen we via de mobilofoon een melding van een brand in de woning aan de X weg door de meldkamer. Er wordt tevens doorgegeven dat er zich nog mensen in de woning bevinden. Plaatselijk goed bekend roep ik tegen mijn collega dat dit heel dichtbij is. Hierop springen we in de auto en rijden naar het pand toe. De videocamera draait lustig mee. Gekomen voor het pand slaan de vlammen hier al uit. Het blijkt op de derde verdieping te zijn. Voordat ik uitstap richt ik de videocamera op het brandende pand. Op dat moment zie ik niet dat achter de vlammen, die uit het raam slaan, een persoon aan de dakgoot hangt.
Ik ren naar de portiekdeur van het pand toe en vraag aan omstanders of ze weten waar de bewoners zijn of dat ze mogelijk nog binnen zijn. Ik hoor iemand zeggen dat ik dan even naar boven moet kijken, dan kon ik de bewoner zien.

Wat ik toen zag was verschrikkelijk…. Aan de dakgoot hangt een man, die wanhopig probeert aan de vlammen te ontkomen. In een flits schiet nog door me heen hoe die ‘iemand’ dit op zo’n koele toon kan zeggen, terwijl daar een mens in doodsnood aan de dakgoot hangt.  Achteraf kan ik hier nog kwaad om worden.

Ik schreeuw tegen het slachtoffer dat hij vol moet houden en dat de brandweer eraan komt. Ik heb geen idee of hij het gehoord heeft, maar hoor inmiddels wel de brandweer aan komen, omdat de kazerne dichtbij is.

De brand slaat uit en vurige tongen lekken langs het raam richting de man. Ik zie dan dat de vlammen vat krijgen op de kleding van het slachtoffer. Er klinken doodskreten en ik schreeuw nogmaals dat hij vol moet houden. Inmiddels is de ladderwagen ter plaatse en komt er een brandweerman naast mij staan. Ik wijs naar het slachtoffer en vertel dat ik niet weet of er nog meer bewoners binnen zijn. De brandweerman trekt mij een stuk terug, terwijl zijn collega’s zo snel mogelijk de ladder in positie willen brengen.

Helaas is het te laat want op het moment dat we even met elkaar staan te overleggen wat we verder nog kunnen doen, laat het slachtoffer los en valt naar beneden. Het geluid als hij neerkomt klinkt  als of er een zak aardappelen op de grond neergesmeten wordt. Ik sta eigenlijk perplex te kijken tot ik een stomp van de brandweerman krijg die roept dat we het slachtoffer weg moeten halen onder het pand vandaan.
We grijpen allebei een arm van het slachtoffer en slepen hem onder het brandende pand vandaan. De arm die ik vastpak is ontveld en geblakerd en de lucht die ik ruik is erbarmelijk. Bij de brandweerwagen wordt het slachtoffer door de brandweermensen gekoeld. Ik hoor hem kreunen en kniel naast hem neer. Ik vraag hem naar zijn naam, maar krijg geen contact met hem. Het gezicht van het slachtoffer is vreselijk verbrand en ik heb weinig hoop meer dat hij het redt.
Dat blijkt ook achteraf want na drie uur overlijdt hij.

Teruggekomen in de auto, spoelen we de videoband terug. Ik realiseer me dat de videocamera naar boven gericht stond. Achter de vlammen zien we de man aan de dakgoot hangen tot de tijd dat hij loslaat en naar beneden valt. We hebben er even over nagedacht en hebben hierna de beelden gewist, zodat niemand over deze gruwelijke beelden kan beschikken. We zijn hierna al vrij snel naar het bureau teruggegaan, want op zulke momenten heb je weinig lust meer om je werk te doen en zit je er totaal niet meer met je ‘koppie’ bij.

Op 29 oktober 2013 verschijnen foto’s via whatsapp waarbij 2 monteurs op een brandende windmolen staan, kort voor ze door de vlammen gegrepen worden. Dit roept herinneringen bij me op aan bovenstaand incident. Via twitter roep ik op om de foto te wissen voor ze een onuitwisbare indruk maken. Ik krijg heel veel steun, waarbij de fotograaf zelfs zijn foto verwijdert nadat bekend was dat beide monteurs om het leven waren gekomen. Maar ook krijg ik stevige kritiek waar ik me mee bemoei en wordt de foto door hackers teruggetoverd en op internet geplaatst. Maar ik kan me wel verplaatsen in de hulpverleners die bij het incident in Ooltgensplaat zijn geweest.
Je vergeet dit nooit meer.

maandag 18 november 2013

Dierenliefde


De politie krijgt ook te maken met meldingen over dieren. Dat varieert van dieren die mishandeld zijn/worden, overlast van blaffende honden of een ontsnapt reptiel waarvan verwacht wordt dat we die even met onze blote handen komen vangen. Afkomstig van het platteland en opgegroeid met allerlei dieren heb ik redelijk wat ervaring met dieren. Maar hoe mooi de natuur door haar Schepper gemaakt is, beseffen we maar al te goed na de melding van de Charloisse Lagendijk.

Een andere politieauto krijgt de melding van een schaap wat op zijn rug ligt. Omdat ik weet wie er op deze auto zitten hoor ik ze denkbeeldig al mopperen. Daar is de dierenambulance toch voor en niet de politie?. Maar we hebben Piet in dienst en die weet met schapen om te gaan.

Nog geen minuut later worden Reinier en ik geroepen met de vraag of we daar niet naar toe willen komen om te helpen. Stiekem zijn we al die richting opgereden omdat ik de vraag al verwacht had.

Ter plaatse zien we inderdaad een schaap in de weide liggen. Een aantal schapen erom heen staan ‘schaapachtig’naar hun maatje te kijken, maar ook een paard erbij. Om in de weide te komen, moeten we eerst over een hek heen klimmen. We plaatsen onze schuifladder tegen het hek en klimmen hier met z’n vieren overheen.

Gekomen in de buurt van het schaap, zie ik dat uit het achterwerk van het schaap de kop van een lam steekt. Ik loop naar het schaap toe, maar wat er dan gebeurt is enerzijds schrikken, maar aan de andere kant wonderlijk mooi. Het paard stampvoet en gaat over het schaap heen staan. Wat denken wij wel niet dat om zijn maatje kwaad te gaan doen? Ik probeer het paard op z’n gemak te stellen, maar deze wordt steeds wilder. Strelen op z’n hals en liefelijke woordjes spreken levert me alleen een paar forse bijtpogingen op richting mijn arm. Het paard duldt niet dat we bij het schaap komen. Ik pak mijn wapenstok en probeer het paard weg te prikken, maar hierdoor gaat het paard bijna op het schaap staan. Daar sta je dan, drie collega’s die mij uit staan te lachen, een paard wat zijn maatje beschermt en een lammerend schaap waar je niet bij kunt komen.

Maar opgeven staat niet in mijn woordenboek en snelheid is geboden.

Ik vraag aan Reinier om de ladder te pakken en deze aan mij te geven. Met de ladder horizontaal houdend loop ik op het paard af. Deze deinst van dit gevaarlijke ding achteruit en zo krijgen we ruimte om het schaap te pakken. Ik roep naar Reiner en de andere twee collega’s dat ze als een speer het schaap moeten pakken en naar het schuurtje 20 meter verderop moeten slepen, maar met drie angsthazen valt het niet mee. Met z’n drieën pakken ze het schaap beet en willen het gaan slepen, maar het paard slaat toe. Ik krijg een enorme duw en val met ladder en al achterover in de drassige weide. De collega’s zetten het op een lopen en we zijn weer terug bij af. Ik krabbel overeind en lijk op een modderkruiper.

Het paard staat weer over het schaap heen en wordt steeds kwader. Maar mijn geduld raakt ook op en als een indiaan storm ik met de opgeheven ladder op het paard af. Ik geef hem een gepaste mep met de ladder. Ik duw en schreeuw en weet het paard weer terug te dringen. Maar de natuur heeft hem geleerd dat er aan beide zijden van de ladder een ontsnappingsruimte is. Het lijkt wel een kat en muisspel. Het paard probeert rechts langs de ladder te komen en ik blokkeer hem door naar rechts te springen. Het paard probeert dan links langs de ladder te komen en ik blokkeer hem links. Ik schreeuw naar de collega’s dat ze op moeten schieten en het schaap zo snel mogelijk beet moeten pakken en naar de schuur moeten slepen. Gelukkig lukt het dit keer wel en binnen de tijd want ik was werkelijk bekaf. Het lijkt wel een hindernisbaan die ik gelopen heb, maar dan met volledige bepakking.
Snel leg ik de ladder voor de schuur neer en doe de deur dicht.

Ik trek handschoenen aan, pak de kop van het lam beet en probeer het eruit te trekken. Dit lukt niet omdat de pootjes gebogen zitten. Ook is het schaap vermoeid van alle omstandigheden dus dat werkt ook niet mee. Jammer genoeg bemerk ik dat het lam al dood is, maar als het nog langer blijft zitten gaat het schaap ook dood.
Gelukkig blijkt de boer al gewaarschuwd te zijn en samen met hem halen we het dode lam eruit.
Het schaap krijgt een spuit tegen de infectie en blijkt er later weer bovenop gekomen te zijn.

De meldster en een aantal wandelaars blijken de hele vertoning gezien te hebben en smakelijk gelachen te hebben om de rodeo-agenten.

Een hele ervaring rijker en met ontzettende smerige stinkende kleding vertrekken we naar het bureau om ons om te kleden.

Mooi om te horen is dat de boer vertelt dat het paard normaal gesproken een ontzettend lief en rustig dier is en hij zich niet voor kan stellen dat zijn paard zo tekeer is gegaan. Maar dat is nou dierenliefde. Hij beschermde zijn hulpeloze maatje.


Sinds kort hebben we de dierenpolitie, enthousiaste collega's, die speciaal opgeleid zijn om dierenmishandeling en verwaarlozing te herkennen. Verder zijn ze de burgers van dienst bij dierenkwesties of geschillen, zoals bijvoorbeeld een hond die langdurig zit te blaffen op een balkon en mogelijk verwaarloosd wordt of een paard wat kreupel in een smerige omgeving loopt. Hiervoor is een speciaal telefoonnummer geopend : 144

Voor meer informatie zie de website : http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/politie/vraag-en-antwoord/behandeling-melding-144.html

Dit keer kwamen de collega's van de dierenolitie ook ter plaatse, die hartelijk gelachen hebben, toen ze van onze capriolen hoorden. Ze hoefden gelukkig niet op te treden, omdat er geen sprake was van strafbare feiten.



 

maandag 11 november 2013

Inbraak heterdaad !

Gelukkig hebben veel mensen nooit te maken met een inbraak in hun woning, maar de impact bij hen die het wel overkomt, kan zeer groot zijn.
Een inbraak is een inbreuk in je vertrouwde leefomgeving, je persoonlijke levenssfeer. Ondanks de grote inzet van de collega’s hebben we helaas te weinig capaciteit om dit een halt toe te roepen. Mooi om te zien dat door collega’s een actie op touw is gezet met als doel de burgers bewust te maken van inbraken en zo proberen het aantal woninginbraken te verminderen. Een dag die hiervoor is gekozen is 11/12/’13. Op deze dag willen de collega’s het voor elkaar krijgen om, in samenwerking met de burgers en hun daarbij genomen initiatieven, het woninginbrakenaantal op nul te krijgen. Doe mee aan deze actie om een vuist te maken tegen woninginbrekers. Bekijk hun website op http://www.1dagniet.nl/

Omstreeks 00:30 uur roept de meldkamer mijn collega Jessica en mij en meldt een inbraak heterdaad in een woning op de A straat.
We zitten daar niet ver bij vandaan, dus geven we een beetje gas bij om zeker de inbreker niet te missen. Bewoners van een nabij gelegen woning hebben gezien dat er een manspersoon in het zwart gekleed, klein van postuur, via een ladder op de eerste verdieping van een huis naar binnen geklommen is.
Ze weten zeker dat de man nog niet door het geopende raam naar buiten gekomen is.
Gekomen bij de hoekwoning omsingelen wij deze. Jessica wacht aan de voorzijde van de woning en ik loop naar de achterzijde. Zodra ik de tuin inloop zie ik een ladder staan en haal deze weg, zodat ik in ieder geval de inbreker verhinder om via de ladder weer terug te komen. Ik leg de ladder op de grond en zie hierna dat er een been verschijnt die zijn weg zoekt naar de ladder. Vervolgens verschijnt er een tweede been en daarna komt een achterwerk tevoorschijn. De inbreker heeft mij nog niet opgemerkt en omdat ik niet wil dat hij op de grond valt, roep ik met luide stem dat ik van de politie ben en hij aangehouden is. Bliksemsnel trekt hij zich terug en verdwijnt weer in de woning.
Helaas is Jessica in de veronderstelling dat ik de inbreker te pakken heb in de tuin als ze mij hoort roepen, want ze verlaat haar positie aan de voorzijde en komt naar de achterzijde.
Ik roep dat ze aan de voorzijde moet blijven staan, want de inbreker zit nog in het huis.
Even met dezelfde snelheid als waar de benen het huis weer zijn ingetrokken, verlaat de inbreker het huis aan de voorzijde. Ik hoor Jessica roepen: Daar gaat hij!
Ik zet de achtervolging in en geef tegelijkertijd aan de meldkamer door dat de inbreker er te voet vandoor is richting de C buurt. Ook Jessica rent achter de inbreker aan en we splitsen ons bij de kleine woningen in de C buurt. Plotseling hoor ik een schot, een grote doffe klap en vervolgens een scala aan scheldwoorden. Ik roep of ze gewond is geraakt, maar ze roept dat ze op haar gezicht is gevallen en een waarschuwingsschot heeft gelost.
Niet wetende waarom ze een waarschuwingsschot heeft gelost ren ik parallel door de steegjes heen in de richting waarvan ik vermoed dat de inbreker is gerend. Aan het einde van het steegje heb ik een ruim overzicht over het voetbalveld en de O straat. Ik zie helemaal niemand lopen of rennen. Het lijkt me sterk dat de inbreker hier al over is gestoken, dus moet hij nog in het parallel lopende steegje zitten.
Omdat er een waarschuwingsschot is gelost en ik niet zeker weet of de inbreker gewapend dan wel ongewapend is, neem ik uit voorzorg mijn pistool ter hand. Ik sluip zachtjes richting het steegje en zie tot mijn verbazing in het licht van de lantaarns een persoon gehurkt zitten achter de struiken, met zijn rug naar mij toe. Ik zie dat hij in zijn rechterhand een zwart voorwerp geklemd heeft. Mijn hart bonst in mijn keel, omdat ik vermoed dat het zwarte voorwerp wel eens een vuurwapen kan zijn. Ik sluip naderbij met getrokken pistool, gericht op de inbreker. Dan gaan de radertjes in je hoofd op volle toeren werken. Wat ga ik doen als hij zich omkeert, mij ziet en het vuurwapen op mij richt? Ik ga hem neerschieten, flitst het door mijn hoofd heen. Ik besluit om hem van dichtbij te benaderen en met een grote brul aan te roepen. Helaas verloopt altijd niet alles volgens plan, want van de kant van de O straat komt een politieauto aangescheurd die precies voor het paadje stopt. Niet wetende dat ik als een tijger in de aanslag zit om mijn prooi te bespringen springt collega Leo uit de auto en komt het paadje inlopen.
De inbreker draait zich om en rent in mijn richting. Ik schreeuw dat hij het wapen moet laten vallen, anders zou ik hem neer ‘knallen’. Doordat hij zo’n vaart heeft komt hij echter op 10 centimeter afstand van mijn gerichte pistool tot stilstand. De inbreker kijkt van dichtbij in de loop van mijn pistool en staat als aan de grond genageld, ik denk ook vooral door mijn niet al te vrolijke blik. Schieten is geen optie, dus in een reflex sla ik hem met mijn pistool met kracht boven op zijn hoofd. Ik zie het draaiende oogwit van de inbreker die met een hevig gekreun in elkaar zakt. Ik berg mijn pistool en grijp de arm van de inbreker, die inmiddels op de grond ligt, beet waar ik zojuist het zwarte voorwerp heb gezien. Het zwarte voorwerp blijkt een stel lederen handschoenen te zijn die hij in zijn rechterhand heeft.
Wat ben ik blij dat ik niet geschoten heb! De inbreker komt inmiddels weer aardig bij kennis. Ik zie dat het de bekende woninginbreker Z is die erom bekend staat dat hij altijd verzet biedt tijdens zijn aanhouding. Z  weigert zijn armen op zijn rug te doen en gaat wederom in het verzet. Gelukkig is inmiddels Leo bij mij en samen brengen we Z onder controle. Hij blijkt een grote bloedende hoofdwond te hebben, waardoor we eerst de spoedeisende hulp moeten bezoeken. Nadat Z is voorzien van 6 hechtingen mag hij mee naar het bureau.
Tijdens de fouillering treffen we diverse sieraden aan die hij kennelijk bij de inbraak heeft ontvreemd en zag ik ook dat hij een natte plek in zijn broek had.

Hij vindt mij niet erg aardig, want als blikken kunnen doden zou ik er nu niet meer geweest zijn. Jessica blijkt tijdens het rennen door de bosschages prikkeldraad tegen gekomen te zijn. Denkende dat het een vrije doorgang was, smakte ze met een doffe klap voorover in de struiken. Ze hield er een kapotte broek en twee geschaafde knieën aan over.
Tijdens zijn verhoor verklaart Z dat hij de politieagent, die hem aangehouden had, een gestoorde vond die hem kennelijk had willen doodschieten. Hij was zo bang geweest dat hij in zijn broek geplast had. Hij wilde een klacht tegen mij indienen en wilde aangifte van mishandeling en vernieling van zijn kleding doen.
Als ik dit verhaal schrijf verschijnt er nog een vette glimlach op mijn gezicht. Gezien de staat van dienst van de inbreker heeft deze eens een keer een koekje van eigen deeg gehad. Van de klacht of aangifte heb ik nooit meer wat gehoord.

maandag 4 november 2013

Als u dit bericht leest………

Als de blaadjes gaan vallen en de donkere dagen beginnen, kan het zijn dat de gemoedstoestand van sommige mensen verandert. Zeker degenen die moeite hebben om zich overeind te houden in de maatschappij, krijgen het dan weer moeilijk en sommigen overzien het niet meer.

Zo ook Karel (gefingeerd), die ik controleer op straat en gesignaleerd blijkt te staan. Het blijken niet onherroepelijke vonnissen te zijn voor een bedrag van niet minder dan 4000 euro. Dat betekent dat ik hem deze vonnissen moet mededelen, waarna hij nog 14 dagen de tijd heeft om daar tegen in beroep te gaan.
Ik neem de tijd voor een praatje, want ik merk dat Karel hierom verlegen zit. Hij maakt een trieste indruk op me en belangstellend vraag ik hem hoe het komt dat hij zoveel boetes heeft openstaan. Karel vertelt mij zijn levensverhaal. Hij komt uit een gezin waar vader moeder het leven zuur maakte. Vader was zwaar alcoholist en sloeg zijn moeder veelvuldig als hij weer eens flink dronken was. Als Karel, zijn broer en zus het dan voor moeder opnamen, kregen ook zij een flink pak slaag. Toen moeder jong stierf, zijn ze met z’n drieën uit huis geplaatst en in pleeggezinnen ondergebracht. Zijn vader stierf uiteindelijk door overmatig alcoholgebruik en zijn broer pleegde zelfmoord. Hij heeft alleen nog een zus, waar hij nog contact mee onderhoudt. Echter, zij is ook de verkeerde echtgenoot tegen het lijf gelopen. Zijn zwager is zwaar alcoholverslaafd en mishandelt haar geregeld.

Ook met  Karel gaat het de verkeerde kant uit . Hij valt ten prooi aan verkeerde vrienden. Vrienden die telefoonabonnementen op zijn naam afsluiten, vrienden die auto’s op de naam van Karel plaatsen en vervolgens overtredingen plegen waarvan de boetes bij Karel op de mat vielen. Ook heeft Karel een volgens zijn zeggen flinke belastingschuld. Karel vertelt een mislukkeling te zijn en binnenkort een einde aan zijn leven te willen maken. Kennelijk heb ik zijn vertrouwen gewonnen, want hij vraagt mij of ik hem wil helpen. Ik vraag hem wat hij daarmee bedoelt en hij vertelt dat hij echt binnenkort zelfmoord gaat plegen. Ik vind dit een rare vraag en sta hem, denk ik, even onnozel aan te kijken. Hij schiet warempel in de lach en zegt dat ik hem niet hoef te helpen met zelfmoord maar of ik zijn zus in kennis wil stellen, nadat hij zelfmoord gepleegd heeft. Ik vertel hem dat ik niet van plan ben om hem mee te helpen met zijn zelfmoord en de planning hier omheen.

Ik bied hem aan om mee te helpen met hulp zoeken, maar dit weigert hij resoluut. Hij vertelt wel dat hij de politie hier absoluut niet gaat lastigvallen met het vinden van zijn dode lichaam, maar dat hij naar het buitenland gaat en op een “geliefde plek” in land Y zelfmoord gaat plegen. Ik vraag hem waar hij dat wil gaan doen en op wat voor manier dan, maar dit weigert hij mij te vertellen. Hij vraagt mij nogmaals of ik hem wil helpen om zijn zus in kennis te stellen. Ik besluit hem om mijn visitekaartje gegeven met daarop mijn naam, mijn telefoonnummer en … het faxnummer van het bureau en zeg dat hij mij kan bellen. Het zal wel meevallen, hij zal zich misschien nog bedenken zijn mijn gedachten. Ik moet ook eerlijk zeggen dat ik werkelijk niet weet wat ik hiervan moet denken, ondanks het feit dat ik al heel wat rare snuiters op deze aardbol ontmoet heb.

Totdat ik een week later een fax vind in mijn postbakje op het bureau. De fax is drie dagen geleden verstuurd en aan mij gericht. De fax is afkomstig van Karel en verstuurd vanuit een hotel in land Y. Met verbijstering lees ik de fax.
Ik citeer:
“Geachte heer Kats, als u dit bericht leest ben ik waarschijnlijk al overleden. Ik vraag, aangezien mijn zus nu alleen is, of u haar de volgende bezittingen wil geven die klaar staan in mijn huis”. Hierna volgt een opsomming van allerlei goederen uit zijn huis. De brief gaat verder.. “de sleutel van mijn huis zit aan de brievenbusklep aan de binnenkant vastgeplakt, hiermee kunt u naar binnen. De reservesleutel naar mijn kamer zit al jaren linksachter geplakt aan het bruine bureau. Mijn brief zit aan de onderkant van het bureau geplakt. U vraagt zich af hoe het komt dat het nu allemaal zo goed en helder gaat. Ik ben hier al langer dan twee jaar mee bezig, nog voordat mijn andere broer het gedaan had. Het spijt me zeer dat u hierbij betrokken bent. Ik stuur u tevens mijn legitimatiebewijs op. Groet Karel”.

Ik heb echt geen behoefte om zelf naar het huisadres te gaan en bel de chef van dienst. Ik vertel hem het hele verhaal en vraag een machtiging tot binnentreden, omdat je niet zomaar een woning mag openmaken zonder reden. De chef verleent deze machtiging en gaat samen met de bemanning van een surveillanceauto naar het adres van Karel voor een onderzoek. Ik wacht met spanning af wat ze zullen aantreffen. De chef van dienst belt mij na een kwartier op. De sleutel van de woning is inderdaad aan de brievenbusklep bevestigd. De sleutel van de kamer is inderdaad linksachter geplakt aan het bruine bureau en ook de brief is aan de onderkant van het bureau geplakt. Karel is echter niet in de woning aanwezig. De fax is uit buitenland verstuurd, dus neem ik contact op met Interpol. Ik word eigenlijk al snel teruggebeld met de mededeling dat er in plaats X in land Y drie dagen geleden een geval van zelfdoding is geweest. Tot nu toe is de identiteit van het slachtoffer onbekend. Ik vertel dat ik het legitimatiebewijs van Karel in mijn bezit heb met daarop de foto. In rap tempo heb ik het legitimatiebewijs gescand en gemaild naar Interpol. Het raadsel van de onbekende dode is opgelost. Het is het ontzielde lichaam van Karel wat al drie dagen in land Y in een mortuarium ligt.

Aan de ene kant moet ik zeggen dat ik toch wel eens heb nagedacht of ik nou degene ben geweest die de laatste schakel was om zijn zelfdoding in werking te zetten. Dat geeft toch een raar gevoel, omdat ik hier absoluut niet aan mee wilde werken. Aan de andere kant ben ik een hulpverlener, die gewoon zijn werk doet en heb geprobeerd om Karel tot andere gedachten te brengen. Dat is helaas niet gelukt. In ieder geval heb ik dat gedaan wat Karel graag wilde, namelijk zijn zus in kennis stellen en haar zijn spullen geven.

 

 

maandag 28 oktober 2013

Vrachtwagenchauffeurs en politieagenten

Altijd een besproken onderwerp, de onderlinge verhouding tussen deze beroepsgroepen. Het lijkt of er een soort rivaliteit is, omdat soms deze beroepen elkaar bijten. En dan bedoel ik de corrigerende agent die de vrachtwagenchauffeur een bekeuring geeft voor het voeren van een (te) rijkelijk uitgebreide verlichting of voor de beroemde gordijntjes aan de zijruiten die het uitzicht belemmeren. Beide beroepen hebben echter wel een grote overeenkomst, namelijk passie voor hun werk. Maar het mooie is, als het er op aan komt, dat beiden bereid zijn om gezamenlijk als professional op te treden, zonder rivaliteit, eensgezind.

De politiemeldkamer wordt omstreeks 23:00 uur gebeld door een verontruste man die meldt dat zijn vrouw vanuit X dorp in verwarde toestand met de auto is vertrokken richting Rotterdam. Hij vermoedt dat ze van plan is om zelfmoord te gaan plegen. Nog geen paar minuten later regent het telefoontjes van een spookrijder op de rijksweg in de richting van Rotterdam.
Al snel wordt inderdaad het voertuig met de vrouw daarin gesignaleerd bij C dorp door een politieauto, die op de goede weghelft naast de auto gaat rijden. De vrouw reageert nergens op, ondanks dat de politieagenten verwoede pogingen doen, en rijdt door op de verkeerde weghelft. Diverse tegenliggers moeten uitwijken voor haar, maar dat hindert de vrouw niet.

Irene en ik rijden op dat moment door de B tunnel heen in de richting van de spookrijdster en besluiten om een verkeersstop te doen. We vertragen het verkeer achter ons en vormen zo een blokkade. We vragen de meldkamer met spoed om de B tunnel af te sluiten middels de slagbomen. Er staan twee vrachtwagens achter ons en we spreken de chauffeurs aan. Ik heb een plan, waar we een paar minuten de tijd voor hebben, voordat de spookrijdster bij ons zal zijn.
Ik vraag de vrachtwagenchauffeurs om hun vrachtwagens stil te zetten op rijstrook 1 en rijstrook 3. De overige auto’s laten we er achter staan. Vervolgens plaatsen we vliegensvlug onze politiebus op de vluchtstrook en zetten alle verlichting aan. Ik heb precies vrachtwagens te pakken die voorzien zijn van veel frontverlichting. Ik vertel in het kort tegen de chauffeurs dat er een spookrijdster aankomt die we willen laten stoppen en vraag hen alles aan te zetten, schijnwerpers, grote verlichting, kortom een circus aan verlichting.

In het midden op rijstrook 2 blijft een ontsnappingsgat, waar niets staat. Ik weet dat ik een risico neem, maar ze moet gestopt worden, voordat er doden vallen.
Ik roep naar Irene, die eerst helemaal mijn plan niet snapt, om alle grote spullen uit de bus aan mij te geven. De lege rijstrook 2 leggen we vol met attributen die in onze politiebus zitten. De (uitgeschoven) ladder, de schep, de veiligheidsvesten, de bezem, de dreg, alle pillonen, kortom een heel interieur leggen we uitgespreid over de nog lege rijstrook. De vrachtwagenchauffeurs leggen er ook de nodige obstakels bij. Het lijkt werkelijk op een vrijmarkt op Koninginnedag.
Alles moet in korte tijd gebeuren en dat lukt.
Ik pak een breekijzer in mijn handen, waarmee ik van plan ben om de voorruit mee aan diggelen te slaan, mocht ze over onze uitgestalde waren heen rijden met haar auto.
In de verte zien we koplampen opdoemen en rijdt ons een donkere auto spookrijdend tegemoet. Met spanning wachten we af wat ze gaat doen. Gaat ze afremmen en stoppen of duikt ze in het zwarte gat op rijstrook 2 met als gevolg dat ze haar auto vastrijd of stukrijd op alle attributen?
We zien dat ze afremt en eigenlijk vrijwel tot stilstand komt op honderd meter van ons. We zien haar witte gezicht afsteken tegen de giga verlichting van de vrachtwagens. Ze moet werkelijk geen steek voor ogen gezien hebben.
Ons plan is gelukt. Collega’s van de politie stormen op de auto af als een roofdier die een prooi bespringt en trekken haar achter het stuur vandaan.
De vrachtwagenchauffeurs zijn apetrots op hun bijdrage, maar ik kan je vertellen dat ik nat was van het zweet.
Reken maar dat de chauffeurs gelachen hebben om die twee maffe politieagenten die de inboedel van hun politieauto over de weg gespreid hadden, maar we hebben met z’n allen wel eendrachtig ons doel bereikt.

De meldkamer vraagt, nadat het voertuig van de spookrijdster van de weg is gehaald, of ze de afgesloten tunnel weer vrij kunnen geven voor het verkeer.
Irene vraagt aan de meldkamer of ze nog even kunnen wachten, om eerst even onze spullen van de vrijmarkt van de weg te halen. De meldkamer begrijpt hier natuurlijk niets van. Nadat Irene heeft uitgelegd dat we een rijstrook bezaaid hebben met onze inboedel moeten ze hard lachen, ze hadden dit graag willen zien! Al toeterend verlaten de chauffeurs hun positie en rijden verder. Wat een geweldig resultaat.
De vrouw werd overigens met succes behandeld voor haar psychische problemen.


 

dinsdag 22 oktober 2013

Mannen in leren broeken


In bijzondere situaties hebben politiemensen de bevoegdheid om een vervoermiddel te vorderen van een burger. Dat kan een fiets, maar ook een auto zijn, uiteraard wel in het redelijke en geen vliegtuig bijvoorbeeld. Hierbij gaat het totaal niet om de macht, die we dan hebben om zoiets te doen,  even te tonen maar om de burgers te beschermen vanwege een incident waarbij direct opgetreden moet worden en wel zo snel mogelijk.

Het was een snikhete zomerdag toen we met vier motoren van de Verkeerspolitie een Aso-controle moesten gaan doen in een naburige gemeente. Aso is een afkorting van Aanpak Scooter Overlast, wat kortweg neerkomt op scooters van de weg plukken en naar de testbank brengen om te kijken of ze opgevoerd zijn. Het gaat dan met name om de aanpak van de ‘veelplegers’, ofwel de bestrijding van de hardnekkigen in de samenleving die de gewone burger het leven zuur maakt.

Ik verwachtte eigenlijk een beetje een saaie dienst in de doorgaans rustige gemeente B, maar dat pakte toch even anders uit. We hadden kort onze motoren geparkeerd op de binnenplaats van het bureau, onze harnassen uitgetrokken en het bureau binnengewandeld toen er een melding van een schietpartij aan de X straat in die gemeente kwam. Ik was kennelijk de enige die op dat moment de melding hoorde, want niemand van de aanwezige collega’s reageerde terwijl we daar toch met zo’n tien collega’s waren. Ik hoorde de meldkamer nogmaals om een wagen in gemeente B vragen voor de melding schietpartij X straat en herhaalde zelf de melding luidkeels dat er iemand was neergeschoten in de X straat. Het leek wel of er een bom ontplofte. Collega’s vlogen uit hun stoel en grepen naar sleutels, kogelwerende vesten enz. Ik vroeg aan Mark, een collega van het bureau waar de  X straat lag. Hij riep dat dit schuin tegenover het bureau moest zijn. Niet de moeite om ons eerst aan te kleden en de motor te pakken dus! Ik bedacht me geen moment en rende samen met mijn collega-motordiender Richard aan de voorkant het bureau uit.

We renden richting de rotonde van de C weg, want daar moest het ergens zijn. Het bleek echter geen klein stukje te zijn maar een goeie kilometer. En dat met rond de 30 graden in een leren motorbroek en laarzen. Wel in ons T-shirtje dan met steek/kogelwerend vest eronder. Na 400 meter verder hingen onze tongen eruit. Ik zag een vrouw op een fiets ons tegemoet komen en schreeuwde, toen ze dichtbij mij was, dat ik van de politie was en dat ze haar fiets aan mij moest geven. De vrouw gaf een gil en sprong van haar fiets af. Eerlijk gezegd zagen we er eerder uit als bankovervallers met een blauw T-shirt en zwarte leren broeken met zwarte laarzen. Ik greep de fiets van de vrouw, draaide deze 180 graden en sprong erop. Richard was verder gerend, maar deze haalde ik al snel in. Ik snauwde naar hem dat hij achterop moest springen. Richard, al gauw met al zijn spullen aan zeker goed voor 100 kilo, was een zware kluif  voor de fiets. Deze kreunde onder de belasting van 190 kilo aan motordiender, de achterband was haast plat. Maar we kwamen wel vooruit, al leek het of ik een etappe van de Tour de France met een stevige berghelling aan het nemen was. Ik weet nog goed dat ik een wandelend ouder echtpaar naderde en schreeuwde naar hen waar de X straat was. Ze gaven echter totaal geen antwoord en bekeken ons met grote ogen en open mond. Ze zeiden niets, totaal niets, dus fietste ik verder in de richting waar ik dacht dat de straat kon zijn. Ik hoorde sirenes achter mijn rug en er kwam ons een politiebusje met zwaailicht en sirene voorbij. Ik was hier blij mee, want dat gaf me moed om verder te fietsen omdat we in de goede richting reden. Ik zag dat het politiebusje de eerstvolgende straat aan de rechterkant insloeg en hoorde dat de sirene werd uitgezet. Dat was voor mij het sein dat dit de X straat moest zijn. Ik stak de weg over, zag het bordje X straat staan en schreeuwde naar Richard, die nog steeds achterop zat, dat we ter plaatse waren. Ik stond echter nog niet stil, toen Richard kennelijk op een onhandige manier van de fiets afsprong. Ik hoorde een doffe klap en zag dat Richard plat voorover gevallen was. Ik hoorde hem op niet mis te verstane wijze enige woorden van het alfabet in de omgekeerde volgorde opzeggen. Maar hij krabbelde al weer overeind en volgde mij. Ik sprong van de fiets af en moet eerlijk gezegd bekennen dat ik deze niet op de standaard parkeerde. De fiets “parkeerde” zichzelf een stuk verderop.

We zagen dat de twee collega’s van de politiebus beiden een man onder schot hielden. Verder zagen we dat in de nabijheid een pistool op de grond lag en een stuk verder een manspersoon bewegingsloos op zijn rug op de grond lag. Verder stond er een vrouw bij deze manspersoon te gillen om hulp. We vermoedden dat dit het slachtoffer was dat was neergeschoten door de man die door de collega’s onder schot werd gehouden, maar in dit soort situaties weet je dat nooit en kan er sprake zijn van meerdere daders. Om zelf niet slachtoffer te worden gaven wij de collega’s rugdekking, zodat ze de man konden boeien, welke ze onder schot hielden. Toen de kust veilig was, snelden wij naar het slachtoffer toe.

Inmiddels klonken er vele sirenes en stroomden vele hulpverleningsvoertuigen toe. Ook in het luchtruim boven ons klonk het geluid van de gele wentelwiek, de traumaheli door ons  “Tweety” genoemd. Deze was ook voor deze melding ingezet en kwam ter plaatse.

Wij startten de reanimatie van het slachtoffer wat even later werd overgenomen door de GGD en de brandweer. Wij trokken ons terug om op adem te komen en besloten om terug te wandelen naar het bureau, helemaal de fiets vergetend. We ontmoetten op onze terugweg het eerder genoemde oudere echtpaar. Ze vertelden dat ze zojuist met verbazing hadden gekeken naar ons in leren broeken en laarzen aan op een fiets. Het leek wel of de duivel ons op de hielen zat. Ze verklaarden geschrokken te zijn door de manier waarop ik hen aansprak, met felle grote ogen. Ze dachten eigenlijk dat we een soort overvallers waren en waren te geschrokken en beduusd om wat te zeggen. Een moment later begrepen ze pas dat we politieagenten waren. Maar wat moesten ze dan in leren kleding op een fiets ??? Pas toen er vele hulpdiensten voorbij kwamen die in dezelfde richting reden viel het kwartje en beseften ze dat deze mannen inderdaad politieagenten waren die op een wel heel vreemde manier op weg waren naar een ernstig incident. Ik vertelde ze wat er gebeurd was van het rennen, het kapen van de fiets enz. Het oudere echtpaar lachtte om de mooie vertoning en bood excuus aan voor hun gedrag. Tegelijkertijd verontschuldigden ze zich weer, omdat ze stonden te lachen terwijl een stukje verder iemand was overleden.

Een stuk verder ontmoetten we een vrouw, die aan mij vroeg waar haar fiets was. Ze klonk een beetje boos en verontwaardigd en werd nog bozer toen ze hoorde dat haar fiets nog op de plaats van het incident lag. Door alle consternatie waren we de fiets vergeten. Ik bood mijn excuses aan en heb echt alle zeilen bij moeten zetten om haar te overtuigen dat ik de fiets gevorderd had om zo snel mogelijk naar het incident te gaan. Voorts vertelde ik haar dat er helaas een slachtoffer was overleden, maar kennelijk kon ze dat niets schelen. Ze moest en zou haar fiets direct terughebben want ik had ze beroofd van tijd. En daarbij zou ze een klacht indienen als ik haar fiets had beschadigd. Ik heb maar niet gezegd hoe ik haar fiets geparkeerd had en hoopte maar dat hij niet teveel beschadigd zou zijn tijdens de val. Na even contact gelegd te hebben met een collega werd de fiets terug gebracht. Er was gelukkig geen schade aan de fiets te zien. Mevrouw griste de fiets uit mijn handen en vertrok zonder een woord te zeggen. Toen we terugliepen hebben Richard en ik het nodige gelachen om onze stunten.

Helaas was er wel een slachtoffer te betreuren.

 

dinsdag 15 oktober 2013

Reanimatie op Sinterklaas

Het is een rustige zondagmorgen,  5 december 2010. Omdat er zieken in Rozenburg zijn moet er vanuit de noodhulp op Zuidplein iemand naar Rozenburg. Johannes, een neef van mij, heeft die dag dienst op Rozenburg en ik vind het leuk om eens een keer met hem dienst te doen. Ik bied me aan en vertrek naar Rozenburg.

Eerlijk gezegd verwacht ik dat het een erg rustige dienst gaat worden aangezien het dorp wel uitgestorven lijkt als ik er binnen kom rijden.
Op het bureau controleren we onze surveillance-auto. Dan belt Wouter van de verkeerspolitie me op, omdat hij gezien heeft dat ik ook ochtenddienst heb en hoort dat ik dienst op Rozenburg doe. Zodoende zitten we omstreeks 09:30 uur gezellig aan de koffie met koek.  We grappen, als we de kerkklokken horen luiden dat we genoeg tijd hebben om de kerkdienst bij te wonen. Tot we kort hierop geroepen worden door de meldkamer. De meldkamer meldt dat we met spoed naar de X straat moeten rijden, waar zojuist een vrouw heeft gezegd dat haar man dood in de stoel  zit. We vliegen het bureau uit en spoeden ons naar het adres. Wouter rijdt in ons kielzog mee. Op straat is het spekglad. Het heeft behoorlijk gesneeuwd en Johannes moet voorzichtig rijden om niet uit de bocht  te vliegen. Desondanks zijn we binnen 3 minuten ter plaatse.

In een stoel in de huiskamer zit een man roerloos met een paars aangelopen gezicht. Hij geeft geen enkel teken van leven meer. Gezien de krappe ruimte die we hebben verplaatsen Wouter en Johannes met enige kracht de loodzware marmeren huiskamertafel. Door de brute kracht breekt helaas de marmeren plaat dwars door midden en valt het voetstuk met een klap op de grond. Daar staan ze dan met met twee stukken in hun handen.  Ik schreeuw naar hen dat we snel door moeten gaan en ze smijten de stukken  in de hoek. Je zou haast in de lach schieten om de gezichtsuitdrukkingen van hen. Ik grijp de man onder zijn oksels en leg hem op de grond neer, waarop Johannes de AED onmiddellijk aansluit. Wouter begint met reanimeren. Het was al warm in de kamer toen we aankwamen, maar doordat de voordeur blijft openstaan springt de gaskachel in de kleine woonkamer aan op turbostand.   Het wordt om te smoren. Ik kan de knop niet vinden, dus draai ik de gaskraan uit. De TV staat ook op turbo, maar dan op decibelhoogte. Ik kan de afstandsbediening of de aan/uitknop niet vinden en trek ten einde raad de stekker uit het stopcontact.  Ook heb ik alle moeite om de vrouw in bedwang te houden. Ze is duidelijk helemaal van slag en wil over haar man heenstappen om de poes in de keuken te pakken die weggekropen is. Ik vertel haar dat ze beter in de gang kan blijven, omdat we bezig zijn met reanimeren. Ik zie aan haar gezicht dat ze in shock is, want ik praat tegen een muur. Dan dwing ik haar min of meer om op een stoel  te gaan zitten die ik in de hoek van de kamer heb neergezet.
Inmiddels zijn Johannes en Wouter druk aan het reanimeren en doet de AED  zijn werk. Deze  adviseert een schok. Dat is een goed teken. Na 5 minuten arriveren er 2 ambulances en een brandweerwagen. Gezien de krappe ruimte en het feit dat Johannes en Wouter goed in hun ritme zitten nemen de brandweercollega’s even de zorg van de vrouw op zich en daar ben ik wel blij mee. De ambulancebroeders sluiten hun apparatuur aan en maken de patiënt klaar voor transport. Omdat ik mijn handen nu vrij heb bel ik de zoon van het echtpaar op. Hij blijkt een paar straten verderop te wonen en hij is er snel. Ik  leg hem de situatie uit.

Weer in de woonkamer gekomen hoor ik dat de man hartslag heeft en dat de ambulancebroeders  met spoed willen vertrekken. De man wordt op de brancard gelegd en vertrekt met de eerste ambulance. In de kamer is het een grote puinhoop. We hebben natuurlijk een gebroken tafel, maar kennelijk stond de tafel ook vol met spulletjes, die nu overal door de kamer liggen en daarbij ligt ook het nodige afval van de ambulancebroeders. We fatsoeneren zoveel mogelijk de kamer met behulp van de zoon. De echtgenote mag haar man achterna in de tweede ambulance en samen met een brandweerman begeleiden we haar over de glibberige stoep naar de ambulance. Terloops vraagt ze nog aan mij of ik alsjeblieft een verkeerd geparkeerd staande auto  voor hun garage wil bekeuren, omdat daarmee alle ellende die ochtend is begonnen. Ze vertelt dat haar man zich hierover zo had opgewonden dat hij volgens haar hierdoor deze hartstilstand heeft gekregen. Hij had de eigenaar van deze auto  aangesproken, maar deze was al schouderophalend zijn huis binnen gelopen en had zijn auto gewoon laten staan. Ik zeg haar toe een bekeuring uit te schrijven en wens haar sterkte waarop ze vertrekt met de ambulance. Nadat ook de brandweerwagen vertrokken is, loop ik naar de auto toe en schrijf een bekeuring uit. De eigenaar heeft kennelijk al het spektakel gevolgd en ziet mij bij zijn auto staan. Hij komt naar buiten en vraagt me wat er allemaal aan de hand is. Ik vertel hem dat mogelijk alles begonnen is door zijn fout geparkeerde auto en dat hij een bekeuring krijgt voor het blokkeren van een uitrit. Kennelijk schaamt hij zich want zonder enig commentaar pakt hij de bekeuring aan en verplaatst alsnog zijn auto. Ik noteer de gegevens van de zoon en beloof met hem contact te houden over de toestand van zijn vader. Na enige keren contact te hebben gehad met de zoon horen we tot onze vreugde dat zijn vader geheel opknapt en na enige weken weer naar huis mag. Wat een Sinterklaascadeau!

Op 28 februari 2011, 12 weken later, gaan we (wijkteamchef Jan , Johannes en ik) op bezoek bij de man en zijn vrouw. Wouter is helaas verhinderd door vakantie. Het wordt een leuk weerzien. We herkennen de man niet meer, zo paars van kleur toen we hem indertijd aantroffen, zo blakend van gezondheid zien we hem nu weer. We worden getrakteerd op koffie en gebak. Hij vertelt hoe hij alles ervaren had en ons ontzettend dankbaar is. Ook zijn vrouw doet haar verhaal, waarbij het verhaal van de gebroken tafel natuurlijk niet ontbreekt. We hebben gelachen en zijn bedolven onder de complimenten. De holle marmeren tafelvoet zal in de toekomst buiten dienen als bloembak en een paar stukken marmer van de tafel staan als herinnering op de schoorsteen in een glazen fles. Ook de zoon komt nog even langs om ons te bedanken.

Dit zijn toch de gebeurtenissen die het politievak zo mooi maken.

Zie artikel : http://www.rotterdam.nl/tekst:demanheeftweereenhartslag

 

donderdag 10 oktober 2013

De man met het zwaard

De blog zoals geplaatst op politie.nl.

Het incident is overigens een aantal jaren geleden gebeurd.


10 oktober 2013 - Gezellig samen mBij blog 2 tram RETet mijn collega Kees een dagje ‘op de auto’. Zoveel zaten we niet met elkaar, dus ik verheugde me erop.
Nog geen uur later kregen we de melding dat een gewapende man op het metrostation RET-personeel zou bedreigen. Hij zou een mes hebben, mogelijk meerdere.
Op het metrostation gekomen, namen we beiden uit voorzorg de lange wapenstok mee en spoedden ons naar boven. Daar zagen we een donkere man met een donkere zonnebril die op de grond zat met zijn rug tegen een glazen achterwand. In beide gebalde vuisten had hij een soort stalen punt of priem geklemd, die hij stevig vasthield. Naast hem stond een rugzak waaruit een paraplu in een vuilniszak stak. Althans, dat dachten wij.

Ik sommeerde hem om de wapens te laten vallen en zijn handen te laten zien, maar hij weigerde dit. Hierop sloeg ik hem met de lange wapenstok op zijn handen, maar dit had geen effect. Ik pakte mijn pepperspray en spoot hem in het gezicht. Ik kon niet goed zien of het effect had vanwege de zonnebril, dus gebruikte nogmaals mijn wapenstok op de handen van de verdachte.
Plotseling stond de verdachte op, draaide zich om en pakte bliksemsnel de in de vuilniszak gehulde ‘paraplu’. Hij draaide zich om en haalde met het voorwerp uit naar Kees. De paraplu bleek een houten zwaard te zijn. Hij sloeg Kees naar het hoofd, maar die weerde met zijn arm de slag af. Het zwaard kletterde op Kees’ onderarm en dat leverde een fikse wond op. Vervolgens sloegen wij de verdachte met de wapenstok en gebruikten nogmaals ons busje pepperspray.

Wat ondertussen gebeurde, is met geen pen te beschrijven. Omdat de metro door de RET stilgezet was, hoopten mensen zich op het perron op. Ik denk wel honderd. Veel mensen hadden niet gezien dat de verdachte van plan was iemand van de RET of ons van de politie neer te steken en ook niet dat de verdachte met een houten zwaard de onderarm van Kees haast afhakte. Ze zagen wel veel geweld vanaf onze kant naar de verdachte toe.

De verdachte werd vervolgens vanuit de menigte aangemoedigd om zich te verdedigen en wij werden als mishandelaars en doodslagers gezien. Het was werkelijk angstaanjagend. Gelukkig waren er veel collega's van de RET aanwezig dat ons afschermde, zodat we de verdachte konden overmeesteren, want anders was ik bang geweest dat we door de woedende menigte gelyncht waren. We hadden geen uitweg en konden geen kant op. Ik had me al voorgenomen, en Kees ook, om bij een doorbraak van de menigte de metrobaan op te vluchten en het spoor richting Maashaven uit te rennen.
Er zijn weinig momenten in mijn carrière, en ook in die van Kees, dat ik angst had maar dit was er zo een. We voelden ons even niet in veilig Nederland, maar in een of ander anarchistisch, wetteloos land waar het recht van de sterkste heerst. Wat we niet wisten en beseften, was dat de meldkamer via camerabeelden had meegekeken en met spoed collega’s naar ons had gestuurd. Wat waren wij blij toen een horde collega’s de trappen op kwam rennen en ons ontzette.

Achteraf bleek dat de assistentie drie minuten later al ter plaatse was, maar voor mijn gevoel duurde het een eeuwigheid. Kees had een flinke wond aan zijn onderarm maar hield er geen blijvend letsel aan over. Kees en ik rijden naar het bureau. Ik kijk Kees aan. ‘Hier zijn we goed vanaf gekomen Keessie’, zeg ik tegen hem. Kees is zichtbaar aangeslagen, de anders zo praatzame Kees is opvallend stil.

De verdachte werd later niet veroordeeld, maar ontoerekeningsvatbaar verklaard. Hij hield in de rechtszaal zelf een pleidooi dat kant noch wal raakte en schoffeerde diverse keren de officier van justitie en de rechter door deze telkens te onderbreken. Hij had in zijn tas nog diverse messen en slagvoorwerpen zitten en was stellig van plan om ons letsel toe te brengen. De werkelijkheid was anders dan wat de burgers zagen. Helaas kunnen we dit niet altijd uitleggen.

Het artikel werd vandaag 10/09/13 ook overgenomen door het AD.nl

http://www.ad.nl/ad/nl/1038/Rotterdam/article/detail/3524931/2013/10/10/Menigte-wilde-Rotterdamse-agenten-lynchen.dhtml

maandag 7 oktober 2013

Een doorgedraaide Rotterdammer


Samen met Robin begin ik aan een nachtdienst op de noodhulpwagen 10.03. Ons surveillancegebied is voornamelijk rustige omgeving van Hoogvliet. Ik heb bewust voor deze dienst gekozen, zodat ik de volgende morgen op tijd thuis ben voor de verjaardag van mijn dochter. Helaas is politiewerk niet echt voorspelbaar, want dat blijkt wel weer.

 Het valt ons op dat het op deze donderdagnacht een gekkenhuis is qua meldingen, behalve voor ons aan de zuidkant van Rotterdam. Maar in het centrum van Rotterdam zijn geen wagens meer beschikbaar, omdat de ene na de andere auto aan het bureau sluit met arrestanten.

Dan roept de meldkamer : “Rijnmond 10.03 over”.  We krijgen een melding van een doorgedraaide man die vanaf de oude Amerikaanse ambassade in het centrum allerlei goederen naar beneden gooit. Het lijkt behoorlijk uit de hand te lopen en er zijn al voorbijgangers gewond geraakt. Ook heeft hij brand gesticht op de derde verdieping. We krijgen toestemming tot het gebruik van ‘toeters en bellen’ en rijden naar de straat toe.

Ter plaatse zien wij dat er diverse goederen van het dak van de flat naar beneden gegooid worden, zoals stoelen, matrassen, fietsen enz. We rijden met onze bus tot dichtbij de flat. We richten het zoeklicht op de plaats waar de goederen vandaan komen en zien een man staan. Ik hoor hem gillen dat hij iedereen gaat afmaken die in zijn buurt komt. Inmiddels is de brand op de derde verdieping behoorlijk aangewakkerd en komt de brandweer ook ter plaatse. Deze beginnen echter niet met bluswerkzaamheden, omdat de verdachte is begonnen met het bekogelen van de hulpverleners. Ik bespreek met de brandweercommandant de situatie op een “veilige afstand”. Inmiddels blijft de verdachte doorgaan met het gooien van spullen.

Dan voel ik opeens een geweldige klap op mijn hoofd, gevolgd door glasgerinkel. Ik sta te tollen op mijn benen en grijp naar mijn hoofd.  Het voelt of iemand zojuist met een honkbalknuppel boven op mijn hoofd sloeg.  Robin trekt mij terug achter een brandweerauto en bekijkt de schade aan mijn hersenpan samen met een brandweerman. Er blijkt geen gat in mijn hoofd te zitten, dus merkt Robin op dat ik toch wel een harde kop heb. Ik voel dat een fikse bult zich ontwikkelt op mijn hoofd.

Inmiddels arriveert de chef van dienst van de politie die een plan de campagne maakt. Het is levensgevaarlijk om als politie naar binnen te gaan. Op de derde verdieping woedt inmiddels een stevige brand met de nodige rookontwikkeling. De brandweer kan ook niet naar binnen, want de verdachte belaagt de brandweermensen. Alle schijnwerpers richten zich inmiddels op de verdachte om zijn verrichtingen in de gaten te houden. Hoe gaat dit aflopen? Aan de ene kant ben ik woedend op de verdachte, maar aan de andere kant heb ik medelijden omdat ik verwacht dat hij in de vlammen zal omkomen.

We zien dat de verdachte via een wenteltrap diverse goederen naar het dak sjouwt en deze vervolgens naar beneden gooit. Maar de spullen raken op en de sfeer wordt grimmiger. Op het dak ligt grind, flinke grote keien. Hier kan de verdachte een stuk verder mee gooien. Grote winkelruiten sneuvelen en de voorruit van de brandweerwagen gaat aan diggelen. We kijken met z’n allen machteloos toe. We trekken onze voertuigen nog verder terug en ik pak  een veiligheidshelm en een bril omdat ik geen zin heb om nog een keer geraakt te worden door de verdachte. Omdat ik meer op een bouwvakker lijk dan een politieman trek in een herkenbaar politiehesje aan.

Dan verschijnt de zus van de verdachte en vraagt of ze haar broer mag toespreken. Ze probeert uit alle macht haar broer te bewegen zich over te geven, maar dit lukt niet.

Plotseling slaat de brand uit. De ramen op de derde verdieping knallen er stuk voor stuk uit en de vlammen slaan het pand uit. De verdachte staat nog steeds in de schijnwerpers, maar wordt langzamerhand ontrokken aan ons oog door de rookwolken. Machteloos kijken wij toe, we beseffen  dat de verdachte hier nooit meer levend uitkomt. Zijn zus schreeuwt het uit en is boos op de hulpdiensten dat we niets doen. Ik begrijp haar reactie en probeer haar te kalmeren. Ik leg haar uit dat de brandweer niets kan doen omdat hij agressief reageert en wij niets kunnen doen, omdat de tussenverdieping in brand staat.

Dus kijken we beneden toe en geven eigenlijk de hoop op overleving op. Dan zwaait er een deur van het pand op de begane grond open. Er komt een roetzwarte kerel uitlopen die allerlei verwensingen naar ons schreeuwt. Een klein moment staan we met z’n allen verbaasd te kijken en beseffen dan pas dat het om onze verdachte gaat. Wat er dan gebeurt is lachwekkend. Met een groep van wel tien politieagenten stormen we op de verdachte af en proberen hem met z’n tienen tegelijk aan te houden. Het lijkt wel een groep Vikingen die een storm-aanloop nemen want de ene buitelt over de andere heen. Ik heb met nog twee andere collega’s één arm van de verdachte te pakken. Gelukkig roept er één collega met luide stem dat het op deze manier niet gaat  en we even rustig aan moeten doen. Maar het is gewoon pure frustratie die er op dat moment uitkomt. De verdachte wordt op zijn buik gelegd en geboeid. Robin en ik hem pakken hem beet en brengen hem over naar onze bus.

Bij aankomst op het cellencomplex wil de verdachte niet douchen en geen politie-arts spreken. Ik doe hem zijn boeien af en onmiddellijk begint hij weer te schoppen en te slaan. Uiteindelijk kleden we hem geheel uit en wordt hij in de kalmeringscel geplaatst.

De nacht is opeens heel snel voorbij gegaan want ik zie dat mijn horloge inmiddels 07.00 uur aangeeft.  We kunnen beginnen aan ons papierwerk. Maar ik voel een enorm gebonk in mijn hoofd en vraag de politie-arts om er naar te kijken. Ik blijk een flinke hersenschuddingte hebben, maar moet eerst proces-verbaal opmaken. Wat een ramp is dat, de aandacht is ver te zoeken. Om 12:00 uur ik eindelijk naar huis, mijn dochter viert haar verjaardag dan al op school……….
Op internet vond ik het artikel nog met het filmpje van het incident. Daar loop ik nog voorbij met m'n bouwhelm op mijn hoofd.
 
 

 

 

woensdag 2 oktober 2013

Mijn dochter? Die ligt op bed !

Het was dinsdagochtend half zes. De nachtdienst was tot dan rustig verlopen. In Rotterdam is er altijd wel wat te beleven, maar het was gewoon echt stil op straat.
Op de M straat zag ik twee opvallend jonge knullen lopen met een scooter. Gezien het tijdtip was dit merkwaardig, zeker omdat ze ook geen helmen bij zich hadden terwijl het toch een helmplichtige scooter was.
Ik besloot om de jongens aan te spreken en te vragen wat ze op dit tijdstip, lopend met een scooter daar deden.
Beiden konden geen aannemelijke verklaring geven, maar vertelden een onsamenhangend verhaal.
We zullen de jongens even gemakshalve Jan en Piet noemen.

Jan bleek de bestuurder van de bromfiets en verklaarde 14 jaar oud te zijn. Hij verklaarde met de scooter lopend vanuit B stad te komen, omdat de benzine op was. Jan had geen legitimatiebewijs bij zich en vertelde dat hij de scooter geleend had van een meisje genaamd Sophie.
Op de vraag hoe de achternaam van Sophie luidde en waar ze woonde wist Jan alleen te vertellen dat ze in dorp X woonde. Meer wist hij niet van haar. Jan had de scooter van haar geleend om naar huis mee te rijden, omdat hij op dit mooie tijdstip anders niet thuis kon komen. Ze waren aan het “chillen”geweest in B stad in een parkje en kennelijk was het nu tijd om naar huis te gaan.
Op de vraag of zijn vader/moeder hem niet mistten verklaarde Jan dat hij die niet meer had, omdat die bij een bombardement in een ver land om het leven waren gekomen. Hij woonde nu bij een oom maar die was wel of niet thuis en mistte hem toch niet. Op school zat hij wel maar hij nam vandaag “vrij”.

Piet verklaarde 14 jaar oud te zijn. Hij had ook geen legitimatiebewijs op zak en vertelde met Jan meegegaan te zijn naar B stad. Ze hadden daar inderdaad een ontmoeting met Sophie gehad en een ander meisje in een park en ze waren nu op weg naar huis.
Op de vraag of de vader/moeder Piet niet mistten verklaarde Piet dat hij niet meer bij zijn vader en moeder woonde. Deze leefden gescheiden en hadden elkaar de oorlog verklaard. Palief  was zwaar alcoholist en moeder was drugsverslaafd en hadden daardoor geen tijd meer voor de opvoeding van Piet. Piet was ondergebracht bij een pleeggezin, maar daar ging het ook niet zo best dus was Piet weggelopen. Hij verbleef nu tijdelijk bij Jan in huis.

Ik controleerde het kenteken en het framenummer van de scooter maar deze bleek niet als gestolen te boek te staan. Tijdens deze controle voelde ik dat de uitlaat warm was. Ik vroeg aan Jan hoe lang ze met de brommer gelopen hadden. Jan verklaarde al zeker een half uur aan het lopen te zijn.
Daarop vertelde ik Jan dat de motor van de scooter dan al sterk afgekoeld moest zijn en vroeg of Jan dan even met zijn hand de uitlaat beet wilde pakken. Met verbazing keek Jan mij aan en vroeg waarom hij dat moest doen. Ik vertelde hem dat dat half uur denk eerder een halve minuut was en hij niet tegen me moest liegen. Zou hij de waarheid spreken, dan kon hij ook zonder schroom de uitlaat beetpakken zonder hierdoor blaren op te lopen. Jan koos eieren voor zijn geld en biechtte op dat hij ons zag aan komen rijden, gauw afgestapt was en was gaan lopen met Piet.

De scooter stond op naam van mijnheer Jansen uit dorp X. De wachtcommandant  haalde uit de systemen een telefoonnummer en zo werd mijnheer Jansen op de vroege ochtend met een telefoontje ‘verblijd’.
Jansen was nog diep in slaap, zodat ik drie keer moest herhalen dat ik van de Politie was en dat ik zijn scooter bij ene Jan en Piet had aangetroffen. ” Dat bestaat niet !“ riep Jansen, mijn scooter staat hier bij mij thuis.
Jansen liep direct naar beneden en ik hoorde hem zeggen dat zijn voordeur openstond. Verder zag Jansen ook dat zijn auto was verplaatst en dat de scooter uit zijn achtertuin weg was.
Ik vertelde Jansen dat ik zijn scooter had aangetroffen tezamen met Jan en Piet. Jansen verklaarde geen Jan en Piet te kennen. Je zou zeggen dat dit mooi opgelost is. Jan en Piet zijn de dieven en klaar is Kees.

Maarrr..er bleef nog over dat de auto aan de overkant  op een vreemd manier geparkeerd was en de voordeur openstond.
Jan en Piet verklaarden stellig dat ze de scooter ‘geleend’ hadden van een meisje genaamd Sophie die in dorp X zou wonen. En laat Jansen nou inderdaad verklaren dat hij een 13-jarige dochter had genaamd…… Sophie !
Jansen verklaarde dat het zijn scooter was en dat zijn Sophie de scooter nooit aan wildvreemde jongens zou uitlenen. Hij zou Sophie wel eens even wakker gaan maken en het aan haar vragen.

Ik hoorde hoe hij met de telefoon in zijn hand de trap opliep en kennelijk de kamer van Sophie opliep.
Hierna hoorde ik een paar kreten en kwam tot de conclusie dat Jansen kennelijk geen lid was van de bond tegen het vloeken.
Toen hij klaar was met het omgekeerde alfabet opzeggen, schreeuwde hij door de telefoon dat het bed opgevuld was met teddyberen, zodat het leek dat Sophie vredig lag te slapen. Sophie was weg !!!

Ik besloot om Jan en Piet aan te houden en mee te nemen naar het Politiebureau voor verder onderzoek.

Gekomen op het bureau stelden wij een onderzoek in aan de kleding van Jan en Piet en troffen bij beide heren niet veel meer aan dan een aantal condooms.
Ik kreeg een vreemd gevoel bij het zien hiervan en heb direct weer Jansen gebeld.
Jansen had gelukkig zijn dochter Sophie aan de lijn gehad en was als een raket onderweg naar B stad om haar te zoeken. Sophie had tegen haar vader gezegd dat ze iets heel doms had gedaan en leek kennelijk onder invloed omdat ze tegen haar vader sprak op een manier zoals ze normaal niet zou doen. Volgens haar vader verkeerde ze onder invloed van alcohol of drugs.
Ze zou bij een winkel in B stad staan die genaamd was “Slaapwereld”. Een straat of wijknaam wist Sophie niet.
Ik vroeg Jansen aan de lijn te blijven, zocht in de systemen en kon Jansen uitleggen in welk gedeelte en straat hij van B stad moest zijn.
Uit verder onderzoek in de systemen bleek dat Jan en Piet inderdaad hun juiste naam hadden opgegeven. Verder bleven ze erbij dat ze alleen aan het “chillen” geweest waren en dat er verder niets was gebeurd.

Jansen had inmiddels Sophie en haar vriendin opgepikt in B stad en was onderweg naar het Politiebureau waar inmiddels ook Jan en Piet waren opgesloten.
Gezien de condooms en de onsamenhangende verklaring van Jan en Piet werd besloten om een kundige collega op het gebied van zedendelicten Sophie en haar vriendin te onderwerpen aan een verhoor om te kijken of er geen “gekke”dingen waren gebeurd.
Dat bleek echter gelukkig niet het geval, maar beiden hadden wel de nodige alcohol genuttigd en joints gerookt. Dat verklaart ook de reden dat Sophie vreemd tegen haar vader had gereageerd.

Wat blijkt…

Via MSN had het viertal afgesproken op een plaats in B stad. Jan en Piet waren er met de metro, zwartreizend,  naar toe gegaan. Sophie ging zogenaamd erg vroeg naar bed en maande haar ouders aan om ook eens lekker vroeg naar bed gegaan. Jansen en zijn vrouw vonden dit een goed idee van Sophie en zochten hier totaal niets achter.
Zodra haar ouders onder zeil waren glipte Sophie het huis uit, pakte de autosleutels en trachtte weg te rijden uit het parkeervak. Dat ging echter moeilijker als ze dacht. Ze wilde achteruit rijden om te keren maar kreeg de auto niet in zijn achteruit. Ze belandde  schuin op de weg en besloot toen om maar niet met de auto te gaan. De makkelijkste manier was vooruit te rijden en dan maar aan de overkant in een leeg parkeervak te rijden. Het deerde haar niet dat hij wat scheef geparkeerd stond, ze kreeg hem toch niet in z’n achteruit.
Ze liep weer naar binnen, vergat de voordeur dicht te doen, hing de autosleutels weer op en pakte de scootersleutels. Dan maar op de scooter. Via de achterdeur die ze wel op slot deed, liep ze met de scooter een eind bij het huis vandaan, startte deze en haalde haar vriendin op. Samen reden ze naar B stad toe, hun avontuur tegemoet.

In een parkje ergens in B stad volgde de ontmoeting tussen Jan en Piet. Jan en Piet hadden wat alcoholversnaperingen gekocht en wat joints gemaakt. Wat de dames niet wisten was dat Jan en Piet dit met opzet gedaan hadden om de meiden onder invloed te brengen en dan vervolgens te proberen om ‘de liefde ‘ met hen te bedrijven. Het werd gezellig, de uren verstreken en ze nuttigden alcohol en rookten joints.
Helaas ging het snode plan van Jan en Piet niet op, want beide dames gingen na verloop van tijd beiden over hun nek en kotsten alles onder. Het stinkende goedje deed geen goed aan de drang van Jan en Piet, dus dit ging gelukkig over.
Beide dames wilden naar huis, maar beide heren ook. De beide “heren” kozen echter voor hun eigen belang, pakten zonder toestemming de scooter en beëindigden hun avontuur door de beide dames aan hun lot over te laten en er vandoor te gaan.
Beide kotsmisselijke dames bleven achter, zonder vervoer en niet wetend wat ze nou moesten doen. Wel hadden ze gelukkig een telefoon bij zich maar durfden niet hun ouders te bellen.
Hierop besloten beide dames dan maar naar het centrum van B stad te lopen, maar dit bleek nog een heel eind te zijn.

Inmiddels waren Jan en Piet op weg naar Rotterdam, tot ze bij het M straat opeens een Politiewagen op de kruising zagen staan. Dat was het einde van hun avontuur.

 

vrijdag 27 september 2013

Zijn ze dood?

Het was kort voor de kerst toen een vader met z’n dochter voor het avondeten nog even een kerstboom gingen halen. Ze stapten in de auto en reden naar het verkooppunt op de hoek van A straat met de B weg waar elk jaar stapels kerstbomen worden verkocht. Ze reden met auto naar het verkooppunt toe, kochten daar een kerstboom en reden terug naar huis.
Op een kruising gekomen zag de vader kennelijk het rode licht niet. Hij reed, bleek achteraf, door het rode licht de kruising op terwijl er van links een grote vrachtwagen naderde. De chauffeur van de vrachtwagen, die groen licht had, werd plotseling geconfronteerd met een auto van rechts kwam en niet stopte maar de kruising opreed. De chauffeur van de vrachtwagen remde uit alle macht, maar doordat hij zwaar geladen was kon hij een aanrijding niet meer voorkomen. Hij ramde de auto vol in de linkerflank en nam deze zeker zo’n 30 meter met zich mee.

Door de botsing bleef er niet veel meer van de auto over dan een hoop schroot. De vader bleek bekneld te zitten en het zag er vreselijk uit. Hierop werden de hulpdiensten gealarmeerd, waarop wij als Politie als eersten ter plaatse kwamen. Ik zag dat de bestuurder zwaargewond was en bekneld zat. Wat ik echter daarna zag was vreselijk. Ik zag dat in de auto  een kerstboom gepropt zat en zag een kinderarmpje eronder uit steken. Ik riep mijn collega Henk dat hij moest komen kijken, omdat ik dacht dat ik een kinderarmpje zag. Mijn collega stak zijn hand in het wrak en riep dat het een ‘echt’ kinderarmpje was. Je hoopt op zo’n moment nog dat het een pop was die achter in de auto lag, maar helaas..

Inmiddels kwam de eerste brandweerauto ter plaatse, waarop deze begonnen met het bevrijden van de slachtoffers. Op zo’n moment is het voor ons beter om ons terug te trekken, ondanks dat je geneigd bent om volop mee te helpen met het bevrijden van de slachtoffers. Wel gaven we aan de brandweercommandant door dat we zeker waren van twee slachtoffers, onder andere een kind.

Wat op dat moment belangrijk was voor ons waren het verzamelen van eventuele getuigen en de afzetting van de plaats van het ongeluk omdat er zich horden mensen verzamelen die het liefst op een meter afstand alles willen volgen. Je moet te allen tijde professioneel blijven maar soms zou je mensen, met hun ongepaste opmerkingen, het liefst een paar dreunen verkopen. Zeker als je weet dat er een kind, al of niet nog levend, in een auto bekneld zit en je dan opmerkingen krijgt dat we weer lekker autoritair bezig zijn en of we niks anders te doen hebben dan de burger pesten. Dan moet je je als Politiemens toch ook echt kunnen beheersen. Maar ja, daar ben je dan voor getraind en moet je tegen kunnen, toch?

Inmiddels hadden we meerdere getuigen die gezien hadden dat de auto door rood was gereden. De vrachtwagenchauffeur hadden we weggehaald bij de plaats van het incident en naar het Politiebureau Zuidplein gebracht. Hij was compleet overstuur. Op zo’n moment is het veel beter om iemand zeker niet op zo’n plaats te laten blijven. Ook hij verklaarde dat hij groen licht had en op het laatste moment zag dat de auto de kruising overstak.

Het werd duidelijk dat er geen hoop meer was voor de twee inzittenden. Omdat het kind, wat een klein meisje bleek te zijn, zo klem zat en ze overleden was, werd besloten om de auto ‘vierkant’ te laten optakelen en over te brengen naar het Politiebureau aan de Boezembocht om ze daar uit de auto te halen. Er komt dan een ‘takel eigen dienst’ met een takelwagen die het voertuig dan in z’n geheel optakelt met het meisje er nog in. De brandweer gaat dan mee en zo kunnen ze dan ongestoord zonder publiek het slachtoffertje uit het voertuig knippen.

Aan de hand van een rijbewijs en de tenaamstelling van het voertuig identificeerden we de bestuurder van het voertuig. Uit het bevolkingsregister bleek dat op het adres van het slachtoffer tevens een vrouw en een meisje stonden ingeschreven. We vermoedden dat dat het meisje was dat zich in de auto bevond, maar dat kun je op dat moment niet met zekerheid vaststellen. Hierop moet zo snel mogelijk een bezoek worden gebracht aan het woonadres van de slachtoffers om te voorkomen dat moeder op de plaats van het ongeval verschijnt. Samen met collega Henk reden wij naar het huisadres van de slachtoffers. Dit is echt niet makkelijk en zijn rotmomenten omdat je iemands leven ineens op zijn kop zet. Gekomen op het huisadres keek ik eerst even door het raam naar binnen en op dat moment zonk me de moed in mijn schoenen om aan te bellen. Wat ik door het raam zag was enerzijds vertederend, maar voor onze komst dramatisch. Ik zag een gedekte tafel met twee borden en een klein bordje. Op de tafel lag een vrolijk uitziend (kerst) tafelkleed en er stonden kaarsen op tafel. Ik zag een vrouw in de woonkamer een soort danspasjes maken, kennelijk op de maat van de muziek.

En dan moet je aanbellen….. Er schieten dan heel veel zinnen door je hoofd die je het beste kan vragen. De vrouw deed open en we vroegen haar of we binnen mochten komen. Fronsend keek ze ons aan. Op de achtergrond klonk vrolijke kerstmuziek. Ze vroeg of er iets erg gebeurd was en ik vroeg nogmaals of we eerst binnen mochten komen. Dat is in zulke situaties veel beter, omdat je emotionele taferelen voor het oog van de buurt voorkomt en voorkomt dat iemand in elkaar zakt in een deuropening.

De vrouw had al snel door dat er iets ergs gebeurd moest zijn en vroeg of er of haar man en dochter iets overkomen was. Ik vroeg of haar man en dochter waren vertrokken in een auto. Dat bleek inderdaad zo te zijn. Ik vroeg haar een merk en kleur van de auto en of ze wist wat haar man voor kleren aanhad toen hij was vertrokken. Dit bleek inderdaad overeen te komen. Ik deelde haar mede dat een auto-ongeluk hadden gehad en ernstig gewond waren, terwijl ik eigenlijk al wist dat ze overleden waren. Ze vertrouwde mijn gezichtsuitdrukking kennelijk niet helemaal en vroeg eigenlijk plompverloren: “Zijn ze dood? “. Ik moest het toen wel vertellen waarop de vrouw in snikken uitbarstte en op de bank plaatsnam met haar handen voor haar gezicht. Voor ons gevoel duurde dit wel een uur, je weet je dan geen houding te geven. Henk ging naast haar zitten en lag zijn hand op haar schouder. Zwijgen is dan het beste, totdat ze zelf weer begon te vragen wat ze verder moest doen. We hebben aan haar gevraagd of ze familie in de buurt had die we konden waarschuwen, omdat we haar niet alleen thuis wilde achterlaten. Nadat familie ter plaatse was gekomen, zijn wij weggegaan. Het leek wel of we naar de slachtbank gingen toen we terugreden naar het bureau. We voelden ons op z’n zachtst gezegd ‘klote’. Ik vergeet de blik van Henk nooit meer toen ik hem aankeek. 
Thuisgekomen weet ik nog dat ik de eerste uren op de bank gezeten heb met een pot bier, omdat ik absoluut geen slaap had. Alles maalt door je hoofd,  wat een rotdag.

 

woensdag 25 september 2013

Nog maar een half uurtje......

(het verhaal van Cowboys is verplaatst en kunt u hier rechts aanklikken)

Het was half één ’s nachts, André en ik hadden nog een half uur te gaan voor het einde van onze dienst. We hadden een zogenaamde late avonddienst, welke begint om 16:00 uur en eindigt om 01:00 uur.

Het was de hele dienst vrij rustig geweest en we hadden nog een half uur te gaan. Ik zei nog tegen André dat het wel heel raar moest lopen wilden we niet op tijd naar huis kunnen gaan. André zei nog tegen mij dat ik dat beter niet kon zeggen, omdat er dan meestal onheilspellende dingen gingen gebeuren. Ik weet nog dat ik er hard om gelachen heb maar kort hierna riep Anita, een centralist van de meldkamer, ons op. Ze wist dat wij tot 01.00 uur dienst hadden, maar vroeg ons om nog even een melding te doen. Het betrof een eenvoudige geluidshinder aan de X straat. We keken elkaar aan en vonden dat we die melding nog wel even konden doen.

We parkeerden onze auto net voorbij de woning aan de X straat en stapten uit. Toen we eenmaal naast onze auto stonden, hoorden we, naast harde muziek, een angstaanjagend gekerm wat niet echt op een normale melding van geluidshinder leek. Normaal gesproken krijgen we bij een melding van een geluidshinder alleen harde muziek te horen dat naar buiten dreunt. Nu was dat totaal anders……. We liepen naar het pand toe en zagen dat van genoemd pand de lamellen iets open stonden. Ik gluurde door de kier naar binnen en zag dat er een man op een stoel vastgebonden zat, welke beurtelings door vijf mannen werd mishandeld. Ze sloegen hem met een stok op zijn hoofd. Verder zag ik dat er één man een groot mes in zijn hand had, waarmee hij het slachtoffer bedreigde. Het gekerm van het slachtoffer werd overstemd door de muziek die ze kennelijk hadden aangezet om het gegil van het slachtoffer te maskeren. Ik keek André aan en gebaarde dat we stil moesten blijven. We hadden op dat moment zeker niet aan moeten bellen omdat de gevolgen anders niet te overzien waren geweest. Je zou het liefst naar binnen stormen, maar dit zou een gijzeling tot gevolg kunnen hebben. Ik fluisterde tegen André dat hij ook even naar binnen moest kijken om de situatie in ogenschouw te nemen. Ik weet nog goed wat André toen zei tegen mij: “Piet, dat wordt geen half uurtje!”  We bleven zicht houden, door de kier in de lamellen, en sloegen de verrichtingen van de verdachten gade. Gelukkig stopte de mishandeling en en gingen de verdachten even op de bank zitten, net of ze pauze hadden. Ze dronken op hun gemak iets, wat ons de gelegenheid gaf om in allerijl versterking aan te vragen. Op zo'n moment vreet je jezelf op van nijd, maar moet je gewoon je verstand gebruiken. Tevens hadden we zicht op de situatie, zodat we hier ook naar konden handelen. Ik vroeg via mijn portofoon extra assistentie aan de meldkamer en vroeg tevens de chef van dienst ter plaatse.
Inmiddels had André twee zware vesten uit de auto gehaald, welke we alvast aantrokken. Deze vesten liggen in elk politievoertuig en zijn bedoeld als extra bescherming.

Nadat de chef van dienst en enkele extra politiewagens ter plaatse waren gekomen, maakten we een plan. We positioneerden drie collega’s aan elke zijde van de voordeur van het pand en spraken af dat op het moment dat er een verdachte naar buiten zou komen, wij deze met een snelle greep het portiek naast het betrokken pand in zouden trekken en zouden uitschakelen. Ook werd afgesproken dat we alsnog naar binnen zouden gaan als de situatie levensbedreigend zou worden voor het slachtoffer. Nadat ik met de chef van dienst overlegd had, werd gezien de ernst van de situatie, besloten om het arrestatieteam in te schakelen. Zij waren nog in dienst en konden binnen 20 minuten ter plaatse zijn. We hoopten maar dat de verdachten lang zouden relaxen, zodat wij niet direct naar binnen hoefden. Het klinkt raar, maar dit is in het belang van onze veiligheid en de veiligheid van het slachtoffer. Zouden wij zelf direct ingrijpen zonder de nodige expertise dan zou het met ons of met het slachtoffer goed fout kunnen gaan. We zouden dan alsnog in een gijzeling kunnen belanden. Het arrestatieteam zijn de juiste getrainde mensen daarvoor.

Om de achterzijde van het pand te bereiken belden wij bij diverse woningen aan de C straat aan. Via een woning bereikte ik, samen met een hondengeleider, de achterzijde van het pand. Wij konden niet in de woonkamer kijken waar de mishandeling plaatsvond, maar zagen wel het licht branden. Inmiddels was het arrestatieteam ter plaatse gekomen en werd de commandant door de chef van dienst ingelicht over de situatie. Snel bracht hij zijn team op de hoogte en bereidden ze zich voor op de inval. Ik kreeg de taak om samen met de hondengeleider en een lid van het arrestatieteam de achterzijde van de woning in de gaten te houden. De hondengeleider hield uit voorzorg de snuit van zijn hond dicht om te voorkomen dat deze zou gaan blaffen. Ik hoorde het lid van het arrestatieteam aftellen via contact met zijn collega’s aan de voorzijde. Hij zei nog even terloops tegen ons dat hij herrie ging maken. Er klonk een oorverdovende knal waarbij alles in de directe omgeving trilde. Vervolgens viel het arrestatieteam binnen en hielden de verdachten aan. Het was echt indrukwekkend om dit mee te maken. Gelukkig liep het voor het slachtoffer goed af. Wel was hij behoorlijk toegetakeld en werd hij door de GGD naar het ziekenhuis gebracht. Hij bleek oppervlakkige snijwonden te hebben, brandwonden in zijn gezicht als gevolg van een aansteker en heel veel kneuzingen van slagen over zijn hele lichaam. Het werd voor ons uiteindelijk een dienst die duurde tot 9 uur ’s ochtends! De vijf verdachten werden later veroordeeld voor mishandeling, ontvoering en afpersing. Het bleek dat het slachtoffer 20.000 euro had gestolen van de verdachten en op deze manier wilden zij hem dwingen hen het geld terug te geven.
Wat waren wij blij dat het voor het slachtoffer goed afliep !

Ons half uurtje werd dus uiteindelijk 8 uur later!!!