dinsdag 4 juli 2017

Die grijns



Plotseling staat hij weer voor mijn neus. Net als twintig jaar geleden. Met dezelfde grijns op zijn gezicht. De grijns die ik verafschuw.
 
We krijgen een melding van een meisje wat opzettelijk door een man van de tweede verdieping is geduwd. Eerst geloof je de melding niet en denk je misschien aan een pop die ze uit geintje naar beneden hebben gegooid.

Maar aanrijdend krijgen we details te horen die huiveringwekkend zijn en niet aan een pop doen denken. Het meisje blijkt zich nog verzet te hebben door de uitzetijzers van het kozijn vast te houden. De man sloeg echter op haar handen, waardoor ze vanwege de pijn alsnog los moest laten. Toen viel ze met haar hoofd op de betonnen tegels. De melder zag dat de man naar beneden ging en met een honkbalknuppel op het hoofd van het meisje sloeg omdat ze nog bewoog.

Dan arriveren wij. Vol ongeloof zie ik dat de melder volkomen de waarheid spreekt. Het tafereel klopt helemaal. Bij het meisje staat een man, de honkbalknuppel ligt naast hem, helemaal onder het bloed. Met een grijns kijkt de man mij aan en hij zegt: “ik heb het gedaan, arresteer me maar!”.
Het is haast onwerkelijk. Op dat moment moet je een keuze maken, hulpverlenen aan het meisje of de verdachte arresteren. Gelukkig komen veel meer collega’s ter plaatse en boeien we de verdachte,  die helemaal onder het bloed zit. Collega’s ontfermen zich over het meisje, dat het drama niet heeft overleefd.

De verdachte is opvallend meewerkend en vertelt op het bureau dat hij in opdracht van zijn vader zijn zus vermoord heeft. Het meisje op de grond blijkt dus zijn zus te zijn. Uit geloofsmotieven blijkt de vader opdracht gegeven te hebben om het meisje te vermoorden. Ze heeft een relatie die niet de goedkeuring van de familie heeft.

Als hij ingesloten is, blijkt zijn verklaring helemaal te kloppen. Het is inderdaad zijn zus die daar op straat lag. Verbijsterd breng ik hem naar een ophoudkamer. Ik kijk mijn collega aan en schudt mijn hoofd. Dit kan niet waar zijn. Niet veel later arriveert de vader op het bureau, een grijsaard op leeftijd. Beiden bekennen de moord en worden veroordeeld.

Twintig jaar later staat hij weer voor me, de moordenaar. Hij is supervriendelijk en herkent me, denk ik, niet meer. Maar ik hem wel, aan zijn grijns. Hij komt spullen afgeven voor zijn zoon, die bij ons vast zit op het bureau.
Hij maakt een grapje en zegt dat zijn zoon onschuldig is. Hij heeft hem goed opgevoed, dus het zal wel een foutje van ons zijn. En weer die grijns. Ik kan er niet om lachen. Ik kan niet aardig tegen hem doen, het lukt me niet. Ik loop weg zonder wat te zeggen. Ik hoor hem nog zeggen : “die heeft zeker zijn dag niet”.

maandag 3 juli 2017

Speelgoedautootjes



Driftig ga ik op zoek naar mijn speelgoedautootjes die ergens op zolder in een doos opgeborgen liggen. Ik heb er twee nodig om ermee naar de rechtbank te gaan.




Op het terrein van groot sportcomplex botsen twee auto’s tegen elkaar. Ik loop om beide auto’s heen, kijk naar de forse schade en de sporen. De situatie is me duidelijk welke auto verantwoordelijk is voor de botsing. Een heer in het kostuum heeft verzuimd voorrang te verlenen aan een ouder echtpaar. Ik vraag hen zelf een schadeformulier in te vullen, omdat wij een prioriteit 1 melding krijgen. Niets lijkt erop dat dit later problemen zou gaan opleveren. Wij kunnen gerust weg.

Een jaar later word ik opgebeld door de man van het echtpaar. Hevig geëmotioneerd verteld hij dat de schade aan zijn auto 7400 euro bedraagt en deze niet vergoed krijgt. De verzekeringsmaatschappij van de tegenpartij heeft de schuld in zijn schoenen geschoven en gaat niet uitkeren. De man heeft een rechtsbijstandverzekering en vraagt of ik me de situatie nog weet te herinneren en of ik wil getuigen.

Ik ga aan de slag en maak een tekening van de verkeerssituatie op A3 formaat. Ik bedenk me dat twee miniatuurautootjes wel handig zou zijn.

Met een grijns steek ik de autootjes in mijn zak en ga naar de rechtbank.
Daar tref ik het echtpaar aan, samen met hun advocaat. Ik heb medelijden met hen, want het hele gedoe blijkt een behoorlijke impact gehad te hebben op hen.

Met de tekening onder mijn arm stap ik de rechtszaal in. De advocaat van de tegenpartij blijkt ook aanwezig te zijn, echter zonder de heer in kostuum. Na een korte uitleg van de rechter en het afleggen van de eed vraagt deze of ik me de situatie nog kan herinneren. Ik vraag hem of ik naar voren mag komen om de situatie uit te leggen middels een tekening. Ik zie de rechter glimlachen als ik de autootjes over het papier beweeg en de situatie naboots. Ik laat zien dat de tegenpartij de waarheid niet spreekt. De rechter vraagt aan de advocaat van de tegenpartij of hij nog vragen heeft, maar die heeft hij niet. 

De rechter wijst de vordering van de oudjes toe. Na een omhelzing verlaat ik de rechtbank met een glimlach.

maandag 12 juni 2017

Het verschil


Met de motor achtervolg ik hen en breng hen in het park hardhandig tot stilstand. Terwijl ik Yusuf beethoud, probeert de achterop zittende Metin te vluchten. Ik zet zijn been echter klem tussen mijn motor en de scooter, niet wetend dat deze klem zit tegen de hete uitlaat van de scooter. Gevolg is een flinke brandwond aan zijn been.

De 14-jarige Yusuf komt uit een gezin van vijf kinderen. Zijn vader is een ware tiran, een crimineel, die geweld niet schuwt. Zijn moeder is jong overleden en Yusuf groeit voor galg en rad op. Hij leeft op straat, omdat zijn vader vaak ‘weg’ is. Zijn grote zus heeft ook geen vat op hem.
De eveneens 14-jarige Metin komt uit een goed nest en pa en ma werken beiden hard. Ze hebben daardoor helaas eigenlijk te weinig oog voor hun zoon.
Yusuf is het brein achter een groot aantal diefstallen en berovingen en zuigt Metin mee in zijn drift. Metin durft eigenlijk geen ‘nee’ meer te zeggen.

Groot is de verbazing bij de ouders van Metin, als zij gebeld worden en horen dat hun zoon aangehouden is voor een beroving. Hij heeft alles wat zijn hartje begeert. Ze zijn woedend op Metin. Is hij helemaal gek geworden? En die brandwond is zijn eigen schuld.
De vader van Yusuf is niet onder de indruk en gelooft er niks van. We hebben het helemaal fout. Hij heeft in ieder geval een hekel aan de politie.
De zaak is echter sterk. We hebben overweldigend bewijs en het duo kan niet duidelijker op camerabeelden staan.
Tijdens de verhoren “breekt” Metin. Hij biecht alles eerlijk op. Ik geloof nog in het goede voor deze jongen. Yusuf zwijgt in alle toonaarden en toont geen emotie.
Beiden worden veroordeeld en krijgen een passende straf.

Jaren achtereen zie ik de naam van Yusuf voorbijkomen. Yusuf promoveert, maar dan in de onderwereld.

Het kan gelukkig ook anders gaan. Ik zie tijdens mijn surveillance een mooie Audi sportauto rijden, met een keurig geklede jongeman. Hij rijdt door de wijk en lijkt op zoek te zijn. Toch wel vreemd, deze combinatie in dit gedeelte van deze wijk. Ik geef hem een stopteken en vorder van hem een legitimatiebewijs. Mijn ogen rollen er haast uit als ik de naam zie: "Metin"! Metin kijkt me met grote ogen aan en roept: “mijnheer Kats!” Metin runt een eigen bedrijf en woont elders in het land. Trots laat hij een foto zien van zijn gezin. Hij was nieuwsgierig naar hoe zijn oude woonwijk er nu uitzag. Hij vertelt dat hij na het gebeuren met zijn ouders is verhuisd, zijn studie afgemaakt heeft en inmiddels een goedlopend bedrijf heeft met twintig werknemers.

En de brandwond? Metin stroopt zijn broek omhoog en laat het litteken zien. Hij heeft een duidelijk aandenken.

Volgende blog 03/07

maandag 22 mei 2017

Beetje beweging



Als je eigen neef op hetzelfde bureau in dezelfde dienst werkt, is het wel eens leuk om samen een dienst te draaien.
En natuurlijk dan zoveel mogelijk actie te hebben. Maar dat heb je nooit voor het uitkiezen.



Johan, een zoon van mijn zus, staat bekend om zijn uitstekende conditie. Niets is hem te gek wat betreft fysieke inspanning.
Ik zelf stap aan het einde van mijn nachtdienst niet op een fiets om vervolgens nog 55 kilometer te gaan trappen. Later hoor ik dat hij halverwege een lekke band kreeg, de fiets op zijn schouder had genomen en lopend was verder gegaan. Ik ben blij als ik het halfuur in de auto om naar huis te rijden nog kan opbrengen.

We krijgen een melding van een inbraak heterdaad. Er wordt ingebroken in een huis, waarvan de melder weet dat de bewoners op vakantie zijn.
Het blijken de buren te zijn die gebeld hebben. Ze hebben duidelijk glasgerinkel gehoord, gevolgd door gestommel in de woning. Het is inmiddels donker, dus ik doof de verlichting van de bus. Zo rijden we de straat in.

We parkeren de politieauto en tijdens het uitstappen horen we glasgerinkel. We zien bij de hoekwoning een persoon, in het donker gekleed, wegrennen.
We zetten allebei de achtervolging in, maar Johan roept naar mij dat ik beter de bus kan gaan halen. Dat is maar goed ook, want voor ik terug bij de bus ben, ben ik al bekaf.

Wat dan volgt is geweldig om te zien en voor de collega’s om te horen over de portofoon.
Johan zit al snel achter de inbreker en zorgt dat hij hem constant in het zicht heeft. Hij blijft expres achter hem rennen met de bedoeling hem helemaal af te matten en daarna te pakken.
Ik roep over de porto dat hij positie moet doorgeven, zodat ik met de auto erbij kan komen.
Ik ontwaar, dankzij de straatverlichting, telkens hetzelfde tafereel.
Er steekt een gezette man, in het zwart gekleed, rennend een straat over, gevolgd door een kleinere persoon. Ik kan zien dat de eerste persoon alle moeite moet doen om de tweede persoon voor te blijven. De tweede persoon, Johan dus, rent op zijn gemakje erachter aan.

Telkens manoeuvreer ik de auto in de richting van de verdachte om hem de pas af te snijden, maar deze keert telkens weer om en rent dan weer terug.
 Johan blijft al rennend positie doorgeven. Eindelijk lukt het mij om de verdachte voor te zijn. Ik blokkeer de weg van de verdachte, voor Johan de tijd om toe te slaan. Met een voetveeg vloert hij de inbreker. Wat mij opvalt, is een kokhalzende en naar adem snakkende verdachte en een rustig ademhalende, triomfantelijk kijkende Johan. Als ik vraag aan Johan waarom hij de verdachte niet eerder pakte, merkt hij droogjes op : “Hij heeft ook een beetje beweging nodig!”

Volgende blog 12/06/17

maandag 1 mei 2017

Doodgewoon?

Als politieagent word je veelvuldig geconfronteerd met de dood. Soms meerdere keren op een dag. Ik ben er aan gewend, maar is het eigenlijk wel zo normaal?





We krijgen een melding van een reanimatie op straat. Het slachtoffer wordt gevonden door een collega die in vrije tijd zijn hond uitlaat. De vele hulpverleners vechten tevergeefs voor zijn leven. Omdat niet zeker is of de man een natuurlijke dood is gestorven, wordt een PD (Plaats Delict) gevormd. Dat betekent dat er een ruime afzetting wordt gemaakt, die alleen de politie mag betreden.

Het lichaam ligt voor het toegangshek van de fietsenstalling van een school met 500 leerlingen. De school gaat om 8:30 uur open. De brandweer heeft het lichaam afgedekt met een zeil, maar gezien de plek halen we een tent erbij om het geheel aan het zicht te onttrekken. Er komt eerst een politiearts ter plaatse die een schouw gaat verrichten. Dat betekent dat het lichaam ter plekke onderzocht wordt of er geen kenmerken zijn die duiden op geweld. Er gaat best een tijd overheen voor de politiearts er is en in goed overleg met de conciërge van de school worden de fietsen van de leerlingen aan de andere zijde van de school geplaatst.

We weten inmiddels de identiteit van de overledene en gaan alvast op zoek naar familie. Dat blijkt erg lastig te zijn, omdat de overledene weinig familie heeft.  Alleen één broer in den Haag.
Op verzoek van ons gaan de collega’s van Den Haag een bezoek brengen aan het adres van de broer, om het slechte nieuws te brengen, maar deze blijkt niet thuis te zijn. Gelukkig weten de buren dat hij bij een autodealer in Rotterdam werkt.

Als de politiearts het lichaam onderzocht heeft concludeert ze dat hij vermoedelijk aan een hartstilstand is overleden. We verzoeken de meldkamer om een begrafenisondernemer te regelen. De conciërge van de school heeft koffie voor ons geregeld en naast de tent staan we ons kopje koffie op te drinken. Het is inmiddels 8:15 uur en de leerlingen die langs lopen kijken met nieuwsgierige blikken. 

Als de begrafenisondernemer de man weggehaald heeft, bezoek ik de broer. Fronsend kijkt hij me aan. Hij ziet wel aan mijn gezicht dat ik geen auto kom kopen. Sprakeloos kijkt hij me aan, als ik het legitimatiebewijs van zijn broer toon. Heel voorzichtig en respectvol breng ik het slechte nieuws. Droevig vertelt hij dat het zijn lievelingsbroer was en dat die een kluizenaarsbestaan had. Toch hield hij veel van hem. Ik vertel hem waar zijn broer ligt opgebaard en geef hem wat tips. Daarna stap ik weer op de motor.


Nog geen half uur later sta ik bij een ‘springer’, iemand die zelfmoord pleegde door van de 13e etage af te springen. Het werk gaat door, het leven en de dood ook.

volgende blog 22/05 ( leestip www.henriekeschoonekamp.blogspot.nl )

maandag 10 april 2017

Kom dan!

Foto is fictief persoon
Het is bijzonder hoe mensen kunnen veranderen als ze in een auto zitten. Maar ook als ze uitgestapt zijn…

Na een avonddienst rijd ik met drie collega’s terug richting het zuiden.
Vergeleken bij John, Corné en Erik ben ik maar een tenger mannetje. Mijn auto is eigenlijk te klein, omdat die drie bijna met hun hoofd tegen het dak van mijn auto aan zitten.

Onderweg naar de carpoolplaats rijd ik op mijn gemak op de snelweg met een gangetje van ongeveer 100 kilometer per uur. We zitten gezellig te kletsen, als er plotseling achter mij een auto hevig zit te seinen met zijn grote lichten.  Ik ben op dat moment drie vrachtwagens aan het inhalen en echt gevaar dreigt er op dit moment niet. De auto achter mij slingert van links naar rechts en zit zo kort achter me dat ik zijn koplampen niet eens meer in mijn spiegels zie.

Als ik de vrachtwagens ingehaald heb ga ik keurig weer naar rechts en de auto haalt mij in. Ik kijk hem aan en haal mijn schouders op. Ik zie dat hij zijn middelvinger naar me opsteekt. Hij snijdt mij vervolgens met zijn auto af, waardoor ik automatisch mijn stuur naar rechts gooi om een aanrijding te voorkomen. Ik wil de vrachtwagens niet in gevaar brengen, dus stuur de vluchtstrook op en laat deze voorbij gaan. We mogen nog van geluk spreken dat de vrachtwagenchauffeurs alert zijn. Tot mijn verbazing rijdt de bestuurder ook voor mij de vluchtstrook op en trapt keihard op de rem, waardoor ik genoodzaakt ben om hevig te remmen.

Mijn bloed kookt en dat van mijn collega’s ook. Wij zullen eens een stevig gesprek aangaan.
Dan zwaait het portier van de auto voor me open en stapt een jongeman uit, kennelijk klaar om met mij op de vuist te gaan. Snel stap ik ook uit. Met gebalde vuisten loopt hij op me af. Hij blijft vlak voor mij staan en roept: “Kom dan!” Zonder zelf ook een dreigende houding aan te nemen kijk ik de jongeman, zonder een woord te zeggen, indringend aan. Zijn blik is in eerste instantie op mij gericht, tot hij nog drie mannen ziet uitstappen. Het is donker, maar ik zie hem schrikken en aarzelen. Dan sprint hij terug naar zijn auto en rijdt met piepende banden weg. We gieren het uit van de lach, stappen weer in de auto en rijden naar de carpoolplaats.

Thuisgekomen zoek ik in de politiesystemen naar een telefoonnummer van de eigenaar van het kenteken en bel deze op. Ik krijg de jongeman zelf aan de lijn, confronteer hem met zijn idiote gedrag en vertel hem dat er vier politiemannen voor zijn neus stonden. Hij verklaart doodsbang te zijn geweest toen hij, naast mij, drie grote mannen zag opdoemen. Hij voorzag helemaal in elkaar geslagen te worden door deze ‘beulen’ en koos daarom maar het hazenpad. Zijn zinloze en dwaze gedrag ziet hij ook wel in en hoorbaar opgelucht accepteert hij volgens zijn zeggen met liefde de bekeuring voor onnodig rijden op de vluchtstrook.

Als tip kan ik meegeven dat het in zulke situaties verstandig is om je deuren op slot te doen en 112 te bellen. Indien mogelijk een stuk achteruit te rijden of vol gas eromheen rijden en duidelijk laten zien dat je telefoneert. Ja, in noodgevallen mag dit zeker!

volgende blog 01/05


maandag 20 maart 2017

Lentekolder

Het zijn net kippen zonder kop. De lente is begonnen en ze hebben nergens erg in. Ze vliegen en rennen heen en weer en staan op de vreemdste plekken. Ik heb het over de dieren. Overal onderweg zie je ze liggen, aan of platgereden door auto’s.








“Ik rem voor dieren” vermeldt een sticker op een auto. Maar soms kan dit remmen als gevolg hebben dat je ergens in een sloot belandt of een kettingbotsing veroorzaakt.
Ik rem zoveel mogelijk voor dieren, want ook ik wil ze niet onnodig doodrijden. Maar soms gaat het gewoon niet.

Al diverse keren heb ik een dier doodgereden. Wat heb ik er elke keer een hekel aan. Enkele bijzondere momenten zijn me altijd bijgebleven.
Als ik met de motor op een provinciale weg rijd, komt er plotseling vanuit de berm een fazant. Het dier steekt over. Met geen mogelijkheid kan ik hem ontwijken. Doordat het arme beest nog opvliegt ook, spat hij op de kuip tegen de onderkant van mijn windscherm uiteen. Wat ben ik blij dat ik mijn windscherm in de hoogste stand heb staan, zodat ik hem niet tegen mijn helm krijg. 

Ik zit van top tot teen onder de inhoud van het beest. Mijn motorkleding is veranderd in de kleur rood. Ik weet dat een fazant bloed in zijn lijf heeft, maar dat het zoveel was, wist ik niet. Voor zover het gaat pulk ik de resten van het beest van de kuip en mijn motorkleding af. Ik zie er uit als een monster die zojuist een beest helemaal aan flenters heeft geslagen. Met een eigenaardige parfum rond me heen rijd ik terug naar het bureau en vraag ik iets opmerkelijks aan de collega van de wasstraat. Of hij mij eerst even met de hogedrukreiniger wil schoonspuiten. Ik zet mezelf schrap en onderga gewillig een douchebeurt.

Druipend wandel ik de kleedkamer binnen, hang mijn kleding in de droogkamer en trek een schoon uniform aan. Inmiddels zijn de resten ook van mijn motor gespoten en stap ik weer op .

Ik heb me altijd afgevraagd of een reiger tijdens het vliegen kan omkijken. Nou, daar ben ik achter gekomen….  Met de motor rij ik een kleine lage tunnel in. Tot mijn verbazing zie ik hierin een reiger staan. Wat doet dat stomme beest hier nou midden in een tunnel? Collega Theo, die achter me rijdt, is van het hele gebeuren getuige. Het beest vliegt op en ik rem uit alle macht om hem niet aan te rijden. Klapwiekend weet de reiger op te stijgen en vliegt voor me uit. Nieuwsgierig geef ik weer gas en ik ga kort achter de reiger rijden. 

Dan doet hij iets waardoor Theo en ik ontzettend moeten lachen. Tijdens het vliegen draait hij zijn lange nek en kijkt achterom. Het lijkt wel of hij wil zeggen dat ik afstand moet houden. Als we bijna bij het einde van de tunnel zijn geeft hij nog gas bij en stijgt bijna verticaal omhoog. Als ik even verderop stop, stopt Theo schaterlachend naast me. Wat een kolder! 

volgende blog 10/04

maandag 27 februari 2017

Beloofd is beloofd

De eerste menselijke reactie is je neus optrekken als je een zwerver tegenkomt. Op zich niet vreemd natuurlijk, want het zijn vaak niet de meest aantrekkelijke personen in de zin van kleding en geur.

Nu is het in Nederland niet altijd nodig om een zwervend bestaan te leiden, want er zijn gelukkig nog mogelijkheden om onderdak te krijgen. 



Natuurlijk is het geen vetpot, maar je hoeft niet per se uit de vuilnisbakken te graaien om in leven te blijven.
Velen kiezen er echter toch voor om over straat te zwerven. Waarom?

Alles heeft een oorzaak. Deze mensen zijn vaak vernederd, gekwetst of hebben trauma’s opgelopen, waardoor ze niet normaal meer kunnen functioneren in de maatschappij zonder, al dan niet gedwongen, geholpen te worden.
Als ik met hen in gesprek ga, hoor ik dikwijls schrijnende dingen uit zijn of haar leven. Ze vertrouwen niemand meer in hun omgeving, behalve zichzelf.

Als ik in de omgeving van het bureau rijd, passeer ik een zwerver die een winkelwagentje voortduwt, vol met spullen. Je kunt het gerust rommel noemen.
Als ik hem voorbij rijd, rollen mijn ogen er haast uit als mijn blik op zijn voeten valt.
Ik draai mijn motor en rijd terug.
Tot mijn verbazing zie ik dat ik het goed gezien heb. De beide neuzen van zijn gymschoenen zijn eraf en uit de neuzen steken nu de tenen van de man naar buiten.

Op mijn vraag of hij geen andere schoenen kan krijgen, vertelt hij dat hij maat 47 heeft en dat die heel moeilijk te krijgen is. Deze schoenen waren maat 45, dus heeft hij de neuzen er maar afgeknipt, zodat hij toch schoeisel aan zijn voeten heeft.
Met een droevig gezicht kijkt hij mij aan, ik heb echt medelijden met hem.
Ik krijg een idee en vertel hem dat hij zich over drie dagen ’s middags moet melden aan de balie van het bureau. Dan heb ik dienst en zorg ik dat er nieuwe schoenen voor hem klaar staan. Lachend vertel ik hem dat hij wel zijn lange nagels moet knippen, omdat hij anders maat 48 nodig heeft. Ik geef hem mijn kaartje, maar zie aan zijn gezicht dat hij mij niet gelooft.

Met hulp van de kledingwinkel van de Politie en diverse collega’s kom ik uiteindelijk in het bezit van vier paar schoenen in maat 47, nette schoenen en sportschoenen. Ook regel ik 10 paar nieuwe sokken elders.

Grijnzend leg ik de spullen bij de balie. Ik hoop dat hij wel komt.
Een paar dagen later is het zover. Hij staat aan de balie, met geknipte nagels.
Apetrots trekt hij de nieuwe sportschoenen aan. Zijn gezicht spreekt boekdelen. Hij kijkt dankbaar en gelukkig.

En als ik geen schoenen had kunnen krijgen? Dan had ik ze zelf gekocht. Beloofd is beloofd.

volgende blog 20/3




maandag 6 februari 2017

Roerig ontbijtje

Een zaterdag ochtenddienst, rustig de tijd om eens een keer een ontbijtje te halen bij de Mac. Debbie en ik kiezen een mooi parkeerplekje uit met uitzicht op de Maas. De koffie wordt op het dashboard gezet en de MC egg wordt uitgepakt.




Debbie grapt nog dat we nu niet met spoed weg moeten rijden, want anders zit het hele dashboard onder de smurrie.

Dan verzoekt de meldkamer ons met spoed naar de X-straat te gaan, waar zojuist iemand is neergeschoten. Ik bedenk me geen moment, pak m’n koffiebeker, doe het raam open en giet deze leeg. De beker smijt ik op de vloer. Ik start de motor van de politiebus en scheur weg.
Debbie weigert ondertussen haar koffie weg te gooien en probeert al balancerend tijdens mijn wilde rit nog wat koffie te drinken. Ik zie elke keer op het dashboard twee uit elkaar gevallen MC eggs voorbij komen.

Ondertussen horen we van de meldkamer dat een man voor een woning in een flat is neergeschoten en dat de verdachte de woning is binnengegaan. Een signalement ontbreekt, omdat de meldster helemaal in paniek is.

Aangekomen zien we dat het een flat is met een gesloten binnentuin met een glazen dak, een atrium.
Ik trek mijn pistool en richt dit vanaf de binnenplaats op de geopende deur van de woning. Debbie roept met luide stem: “Politie, laat je handen zien, kom naar buiten, bij elke verdachte beweging wordt geschoten!” Het blijft stil. We moeten verder en behoedzaam lopen we de trap op. Op de galerij ligt een man met ontbloot bovenlijf, roerloos. Naast hem ligt een pistool. De meldster op de 3e etage roept dat het slachtoffer op de galerij ligt en er een vrouw in de woning zit die de mogelijke dader is.

Voorzichtig benader ik de woning en richt mijn pistool in de gang. In de gang zit een vrouw op de grond. Ik schreeuw dat ze op haar buik moet gaan liggen en haar handen op haar hoofd moet doen. Ze doet precies wat ik zeg en Debbie slaat haar in de boeien. Omdat we niet zeker weten of de woning leeg is, houd ik mijn pistool gericht en doe de deur van de woonkamer open. Dan opeens springt er een hondje de kamer uit. Ik schrik en geef het hondje in een flits een trap, waardoor deze jankend terug de kamer invliegt en achter de bank kruipt. De woning is verder leeg en ik berg mijn pistool.

We starten de reanimatie van het slachtoffer, die later wordt overgenomen door de ambulance en het Mobiel Medisch Team. De verdachte wordt door de collega’s afgevoerd. Debbie knuffelt eerst met het geschrokken hondje. Wat heb ik een spijt van mijn trap, maar ben wel blij dat ik niet onmiddellijk schoot uit reactie.
We lopen terug naar onze bus. In de bus hangt een behoorlijke stank en liggen er een paar dingen die ooit een ei moesten voorstellen.

Op weg naar bureau trakteren we ons maar op een patatje. Het is tenslotte al middag geworden.

volgende blog 27/02